Multimedia Art Productions

LOUIS DULCKEN - München 1779-1836

Nederlands
speakerlogobalk

Sophie Dulcken ( Paula Bär-Giese pianist - self-accompanied soprano) sings and plays
Ich denke dein’ & ‘Variations Comp. par Mad. Danzi’ & "Dir nach 'oh' die ich liebe"
on a Louis Dülcken 1815
Louis Dulcken 1815
Johann Ludwig Dülcken fortepiano 1815


IMG_5184
LOUIS DULCKEN - München 1779-1836



München
Johannes Lodewijk krijgt zijn opleiding bij zijn vader in Hasselt en in Antwerpen Wanneer zijn vader in 1774 naar Antwerpen gaat verhuizen gaat hij mee. Zijn moeder blijft in Hasselt achter met de andere kinderen tot 1776. De eerste 13 jaren van zijn leven heeft hij in het kleine stadje Hasselt doorgebracht; nu gaat hij naar het grote Antwerpen.

2a-1
Brief 16 meij 1774 Johannes Lodewijk Dulcken


Waarschijnlijk is hij in Antwerpen direct gaan meewerken in de werkplaats van zijn vader die zijn nieuwe vinding steeds verder verbetert. De vernieuwde klavecimbel heeft de naam pianoforte gekregen. Hoe lang ze samen in Antwerpen aan het werk zijn geweest is niet precies bekend; waarschijnlijk maar twee jaar. Ergens tussen 1777 en 1780 verhuist zijn vader naar Parijs, waar hij opnieuw een werkplaats inricht.
Waarschijnlijk waren de Dulckens, vader en zoon zeer succesvol. Zelfs zo succesvol dat dit wordt opgemerkt door Karl Theodor von der Pfalz, de keurvorst van Beieren. Deze Karl Theodor is een belangrijk man in die tijd en bestuurt een groot gebied in Duitsland. Hij was ook in het bezit van het Land van Ravenstein en het markizaat Bergen op Zoom en hij is hertog van Gulik en Berg. Hij heeft dus behoorlijk wat connecties in Nederland. Karel Theodoor is een groot muziekliefhebber en bespeelt zelf ook een instrument (fluit). Hij vraagt Johannes Lodewijk jr. om in 1779 mee te gaan naar München. Hij is dan pas 18 jaar. Zo jong en dan al erkend als geniale clavecimbelbouwer.
Over zijn leven en werk in München is veel bekend. Er zijn diverse artikelen over geschreven. Daarom nu enkele hoofdlijnen.

In München komt Louis in 1779 als assistent in dienst bij koninklijke pianobouwer Johann Peter Milchmeyer, die aan het hof van keurvorst Karl Theodor werkt. In zijn werkplaats is Johann Peter onder andere verantwoordelijk voor het zorgvuldig behouden, verbeteren en vernieuwen van alle vleugels die bij het paleis behoren. In juni 1782 neemt Dulcken het ambt van Milchmeyer over en wordt hij op 21-jarige leeftijd stadspianomaker. Hij is een echte ambachtsman. Hij maakt voor het hof bijzondere instrumenten en verkoopt de ene pianoforte na de andere, niet alleen in München en Beieren, maar ook ver daarbuiten. In München wordt hij op verschillende manieren aangesproken: Johann Ludwig, Jean Louis maar vaak ook enkel met Louis.

Op 25 juni 1831 deed Dulcken afstand van zijn functie als koninklijk bouwer van klavierinstrumenten; hij overleed vijf jaar later. In zijn testament noemde Dulcken als erfgenamen zijn vrouw Sophie Lebrun (Londen, 20 juni 1781-d München, 23 juli 1863), zijn zonen Theobald en Heinrich, zijn getrouwde dochters Louise en Franziska Bohrer, en zijn toen nog ongetrouwde dochters Violande, Johanna en Caroline Dulcken. Theobald als bedrijfsleider en Heinrich als bouwer vervulden blijkbaar de verplichtingen van hun vader na diens dood, maar sloten de winkel al snel. Beide zonen verhuisden uiteindelijk naar Londen waar Theobald wolhandelaar werd en Heinrich organist. Louise en Franziska waren getrouwd met de broers Max en Anton Bohrer; Louise werd hofpianiste in Stuttgart. Violande werd concertzangeres in München.


Milchmeyer, Peter Johann

(Milchmeyer/Milchmayer/Milchmaier)
Son of a clockmaker, he was born at Frankfurt am Main in 1750. His treatise, Uber die wahre Art das Pianoforte zu spielen was published in 1797 at Dresden, where he may have been living at the time. In 1805, he became a piano teacher at Strasbourg, and in this capacity attained a considerable reputation. He died there on 15 March 1813, at the age of 63 years. In c1780, he invented a special ‘mechanischen flügel’, probably a combined harpsichord-piano, described by Cramer (1783) as:
[…] einen neuen mechanischen Flügel erfunden, der nicht viel grösser als ein gewöhnlicher Flügel ist, und doch 250 neue Veränderungen enthält. Er hat 3 Claviere. Das untere lässt sich herausschrauben, wo alsdenn 2 Personen spielen tönnen. Das Steigen und Fallen der Stärte der Töne kann auf disem Instrumente sehr gut hervorgebracht werden.

Scherm­afbeelding 2024-10-18 om 09.47.53
Detail_Dulckenflügel
Kurpfälzisches Museum Heidelberg


Scherm­afbeelding 2024-01-26 om 13.14.20
Kurfüstin Elisabeth Auguste


Scherm­afbeelding 2024-01-28 om 19.56.09
Keurvorstenpaar (links en rechts) en het klavier van Louis Dulcken II


Huwelijk

In 1799 trouwt Louis Dulcken met
Sophie Lebrun en wordt daardoor opgenomen in een zeer muzikale familie. Zijn vrouw Sophie is de dochter van de Badense virtuoze hoboïst en componist Ludwig August Lebrun en van de Badense sopraan en componist Franziska Danzi. Sophia is een buitengewoon goede pianiste en componeert zelf ook muziekstukken. Ze treedt op in Parijs, Zwitserland en Italië.
Louis Dulcken en zijn vrouw Sophie krijgen zeven kinderen, twee zonen en vijf dochters, die bijna allemaal carrière maken als bekende muzikanten. Door het huwelijk met Sophie Lebrun vormt het huis van Louis Dulcken 'lange tijd de meest interessante ontmoetingsplaats van de toenmalige goed opgeleide muziekwereld in München'. Musici en componisten komen langs.
Ook financieel gaat het Dulcken voor de wind. Hij verdient veel geld met zijn unieke pianofortes. Overal in Europa kopen vorstenhuizen zijn instrumenten. Keizerin Josephine van Frankrijk koopt tijdens haar bezoek aan München in 1805/06 twee van zijn instrumenten en ze bestelt kort daarna nog een derde, waar ze in Parijs zo blij mee zijn dat het daar lange tijd tentoongesteld wordt. In 1816 wordt er een vleugel bezorgd bij de Oostenrijkse keizerin Carolina Augusta, een dochter van de Beierse koning Maximiliaan I Jozef. Ook gaat er een instrument naar Sint-Petersburg.

Louis-Sophie-wit
Louis & Sophie Dulcken



DULCKENLEBRUN LEXICON
MEER INFO UIT LEXICON


Augsburg

Huwelijk 18 April 1799 Jan Lodewijk (Louis)Dülken x Sophia Lebrun





huwlijk-1.jeg


E.L. huwelijk Augsburg (Bayern / Landeskirchliches Archiv der Evangelisch-Lutherischen Kirche in Bayern / Dekanat Augsburg / Augsburg-Gesamtkirchengemeinde / Trauungen 1796 - 1819, pagina 99, Bild 57):

                          "Aprilis, 1799 99.
                  [Donnerstag] d[en] 18.                  hor[a] 7
25. Ludwig Dulken, A[ugsburger] C[onfession] Hofklaviermacher in München,
      und Jungfer Sophia Lebrun, Hofmusikus-Tochter,
      von München C[atholischer] R[eligion]
                          sind in der Stille copuliert worden beijm H[eiligen] Creuz".
 
Dus de transcriptie betreffende het eigenlijke trouwboek van de ''parochie" Heilig Kreuz betreft dus GEEN E.L. ondertrouw, maar ook E.L. huwelijk.

huwelijk-1
"Gesamtkirchen"-register

Huwelijk -o




E.L. huwelijk Augsburg (Bayern / Landeskirchliches Archiv der Evangelisch-Lutherischen Kirche in Bayern / Dekanat Augsburg / Augsburg-Heilig Kreuz / Trauungen 1793 - 1814, 1841 - 1918, pagina 14, Bild 11):

"An[n]o 1799.                                                                8.
[Donnerstag] d[en] 18 April.        Herr Ludwig Dulcken, Hof-Claviermacher in München,
         h[ora] VII                            und J[ung]f[e]r Sophia Lebrun, eben daher, Tochter des Hofmu-
    Ebenders[elbe]                       sikus”.












Wening München Frauenkirche Ansicht


Huwelijk 27 December 1799 Jan Lodewijk (Louis)Dülken x Sophia Lebrun

R.K. huwelijk München (Archive des Erzbistums München und Freising, Seelsorgeeinheiten, Pfarreien und Kirchenstiftungen, CB301, München-Zu Unserer Lieben Frau 1561-1937, Pfarramtsverwaltung, M9313, Trauungen 1798-1806, Bild 35,

huwelijk en getuigen



"Nomina Sponsoru[m]              Dies      Mensis Decembris An[n]o 1799
     Dülken, seu                           27.      Ludovicus Dülken churf[ürstlicher] Hof-Instrumen[ten]m
     Dälken                                              macher, acatholicus, des Ludovicus
      dessen                                             Dülken k[öniglich] französischen Instrumenten
     Revalidation                                      machers, dann Anna dessen Eheweib
          m[a]t[ri]m[on]ii ____                     beiden seelig, ehlicher Sohn, mit
                                                               Sophia Lebrun, des
Ludovicus
           x                                                 
Lebrun churf[ürstlichen] Hofmusikus, dann
     Lebrun                                               Francisca dessen Eheweib seelig, ehelichen
                                                               Tochter. Testes: T
heobald Marschand
                                                               churf[ürstlicher] Theater-Director,
Franz
                                                               
Danzi c[h]u[r]f[ürs]t[licher] Kapelmeister, tempore
                                                               vetito cum dispensatione denuntiationu[m]".




Scherm­afbeelding 2025-11-13 om 21.01.59
0
Scherm­afbeelding 2025-11-13 om 20.58.04
3

4

5

Transcriptie

[30verso?]

Notae
ad nuptias has Dülkanas
ex mandato celsissimi ordinis renovandas
quia antea Augusta Vindelicorum coram
Evangelico Pastore contractas, sunto.

[31recto?]
§ 1
Ludovicus, civis jam Monacensis, ob coëmptas
aedes sibi, homo*
1 acatholicus suam magistra=
tui nostrati dissimmulaverat religionem, quia
neutiquam ab eodem senatu idcirco interogatus.

Mox discessit Augustam ad Pastorem Lu=
theranum (nescius Iurium Bavariae, semper
catholicae et immaculatae ab omni haeresi) atque
ibidem putatitio junctus matrimonio est.

Hanc copulam nullam ab initio, et irritam
omnino jussit more catholico renovare Dominus ordinis?*
2
et quidem pro hoc casu solo, ob idoneas ratio=
nes v.g. (=verbi gratia) ob inscitiam contrahentium, ob
bonum prolis pp? et quidem sede pontificia
nunc vacante pp?

§ 2
Ad acta Parochialia, sub conubio Parochialia
in extenso jacent coetera omnia, una=
cum reversalibus Ludovici Dülken pro
se, proque posteritate sua.

§ 3
ad finem et calcem huius libri adnecto copiam
horum reversalium, ad perpetuam huius
casus memoriam, et informationem.

Sigilla mea ex officio meo
parochi etc.
sunt ad calcem libri huius

anno hoc copulati sunt 96.

In de marge [31r]
Can. Theol'g aul'ae
cons: frising. actae: ?
= Freising?
Rav. de Scheser…?
Parochus scripsi
ad Iussum et Man=
datum celsissimi et Re=
verendissimi?*
3 Ordinis

Ik, … , pastoor (Parochus), heb dit geschreven op bevel en verordening van de verheven en eerbiedwaardige (klooster)orde.

Vertaling

Opmerkingen
bij dit huwelijk van Dülken
dat op bevel van de verheven (klooster)orde herhaald / vernieuwd moest worden
omdat het eerder in Augsburg ten overstaan van
een Evangelische prediker gesloten was, …?*
4

27 december 1799

§ 1
Louis, reeds een inwoner van München,*
5 had, toen hij een huis ging kopen, als niet-katholiek, zijn geloof voor onze ambtenaar verborgen gehouden, omdat het bestuur hem hier ook niet naar gevraagd had.

Kort daarop vertrok hij naar een Lutherse prediker in Augsburg (onwetend van de wetten in Beieren, waar men altijd katholiek is geweest en onaangeroerd door enige vorm van ketterij) en daar dacht hij getrouwd te zijn.*
6

De ordemeester? heeft verordend dat deze verbintenis, die vanaf het begin nietig en geheel en al ongeldig was, in dit uitzonderlijke geval, op de katholieke manier herhaald / vernieuwd moest worden, vanwege geschikte redenen, bijv. vanwege de onwetendheid van de betrokkenen, vanwege het welzijn van de kinderen (en omdat er momenteel geen paus is).*
7

§ 2
Aangaande de Acta Parochialia (=Handelingen van de parochie), alle overige Parochialia zijn, samen met de repliek van Louis Dülken ten bate van hem en zijn kinderen, in hun volledigheid te vinden (in extenso iacent) onder het kopje huwelijk (sub conubio).

§ 3
Tenslotte en ten einde van dit boek voeg ik deze vele replieken toe, ter eeuwige herinnering aan deze zaak, en ter lering.

Mijn zegels overeenkomstig mijn ambt als pastoor etc. (parochus) zijn achterin dit boek te vinden.

Dit jaar zijn er 96 [mensen] getrouwd.


*1-ho’o = homo?
*
2-Dominus ordinis? Het gaat om de hoogste functie binnen een bepaalde religieuze groep. Ik vertaal het maar letterlijk met ‘ordemeester’. De religieuze orde komt vaker ter sprake.
*
3-reverendissimi’ is het eerste waar ik aan denk, maar of dat er staat weet ik niet zeker.
*
4-sunto?
*
5-Monacum, -ch(i)um = München, St., Bayern (Graesse, Orbis Latinus).
*
6-Augusta [Vindelicorum] = Augsburg (Pinkster, Woordenboek Latijn-Nederlands).
*
7-Augusta [Vindelicorum] = Augsburg (Pinkster, Woordenboek Latijn-Nederlands).
*
8’-sedisvacatie’ van 29 augustus 1799-14 maart 1800, paus gevangengezet door Napoleon en in gevangenschap gestorven.

Transcriptie - Dr Verena Demoed


Sophia Lebrun, wettige dochter van Ludwig Lebrun, keurvorstelijk hofmusicus, en diens echtgenote Francisca, zaliger gedachtenis.
Getuigen: Theobald Marschand, keurvorstelijk theaterdirecteur; Franz Danzic, keurvorstelijk kapelmeester.
“Tempore vetito cum dispensatione denuntiationum” = in de gesloten (Advents)tijd, met dispensatie van de huwelijksafkondigingen.

  • Revalidatio matrimonii = kerkelijke bevestiging van een reeds bestaand, maar canoniek onregelmatig of ongeldig gesloten huwelijk, of een huwelijk tussen partijen van ongelijke religie (acatholicus!).

  • Tempore vetito verwijst hier vrijwel zeker naar de Advents- of vastentijd, waarin normaal niet getrouwd mocht worden zonder dispensatie.

  • De aanwezigheid van hoge hofmusici als getuigen past bij beide families (Dülken-instrumentmakers, Lebrun-muzikanten).


Sophia Lebrun, legitimate daughter of Ludwig Lebrun, electoral court musician, and his wife Francisca, of blessed memory.
Witnesses: Theobald Marschand, electoral theatre director; Franz Danzic, electoral chapel master.
‘Tempore vetito cum dispensatione denuntiationum’ = during the closed (Advent) period, with dispensation from the banns of marriage.

• Revalidatio matrimonii = ecclesiastical confirmation of an existing but canonically irregular or invalid marriage, or a marriage between parties of different religions (acatholicus!).
• Tempore vetito here almost certainly refers to the Advent or Lent period, during which marriage was normally not permitted without dispensation.
• The presence of high court musicians as witnesses is fitting for both families (Dülken instrument makers, Lebrun musicians).



Sophia Lebrun, rechtmäßige Tochter von Ludwig Lebrun, kurfürstlicher Hofmusiker, und dessen Ehefrau Francisca, seligen Angedenkens.
Zeugen: Theobald Marschand, kurfürstlicher Theaterdirektor; Franz Danzic, kurfürstlicher Kapellmeister.
„Tempore vetito cum dispensatione denuntiationum” = in der geschlossenen (Advents-)Zeit, mit Befreiung von den Eheankündigungen.

• Revalidatio matrimonii = kirchliche Bestätigung einer bereits bestehenden, aber kanonisch unregelmäßigen oder ungültig geschlossenen Ehe oder einer Ehe zwischen Parteien unterschiedlicher Religion (acatholicus!).
• Tempore vetito bezieht sich hier mit ziemlicher Sicherheit auf die Advents- oder Fastenzeit, in der normalerweise ohne Dispens keine Eheschließungen erlaubt waren.
• Die Anwesenheit hochrangiger Hofmusiker als Zeugen passt zu beiden Familien (Dülken-Instrumentenbauer, Lebrun-Musiker).

Als dertienjarige jongen is Louis Dülcken met zijn vader in Antwerpen aangekomen en betrokken geraakt in een conflict van zijn grootvader Johannes Daniel en zijn vader Johannes Lodewijk met dominee Diepelius van de Olijfbergkerk. Louis is misschien teleurgesteld in de kerk, maar maakt geen compromissen: a-catholicus


img_7184

Brief 16 meij 1774 Johannes Lodewijk Dulcken







KINDEREN uit huwelijk 27 December 1799 Jan Lodewijk (Louis)Dülken x Sophia Lebrun




1800 - Theobald Ludovicus, zoon van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia

1801 - Philippus Henricus, zoon van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia


1803 - Louise, dochter van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia

Female piano prodigies:(with their ages at the time of their first public performance) Louise Dulcken, married to Bohrer (1803–1857), aged 11
Leopoldine Blahetka (1809–1885), aged 8
Fanny Sallamon (1809–after 1839), aged 10
Antonie Oster (1811–1828), aged 10
Louise David, married to Dulcken (1811–1850), aged 10
Marie Moke, married to Pleyel (1811–1875), aged 8
Delphine Schauroth (1813–1887, aged 9
Josephine Seipelt (1816–1841), aged 9
Clara Wieck, married to Schumann (1819–1896), aged 10
Freia Hoffmann, Instrument und Körper, Frankfurt am Main, Leipzig 1991, chapter ‘Wunderkinder’, pp. 309–335; Ingrid Fuchs, ‘,Bewundrungswerthes Kind! deß Fertigkeit man preißt …’

Louise Dulcken kreeg samen met haar zus Fanny pianoles van hun moeder. Hun eerste openbare optreden vond plaats in 1814 in München. 20 jul 1824 trouwde ze met cellist Max Bohrer (1785-1867). Haar zus Fanny trouwde 20 jul 1824 met zijn broer Anton. In 1826 werd hun zoon Carl Theodor geboren. In 1827 verhuisden beide echtparen naar Parijs, waar ze samen concerten gaven. In augustus 1828 schreef de Münchener Allgemeine Musik-Zeitung over een concert in Parijs: "Mad. Max. Bohrer, die nog niet in Parijs te horen was geweest, speelde een trio van Beethoven en variaties op haar eigen compositie op het lied: der Schweizerbub” (Münchener aMZ 1828, Sp. 720). Tijdens de gezamenlijke concerten, waarop werken van Beethoven, Mozart en Haydn werden gespeeld, bracht Louise Bohrer ook solostukken ten gehore, bijvoorbeeld werken van Henri Herz. Door de julirevolutie in 1830 verdreven, verlieten de Bohrers Parijs en verhuisden eerst naar Londen en daarna naar Stuttgart. Louise Bohrer was vanaf ongeveer 1831 hofpianiste en lerares van de prinsessen in Stuttgart.

Scherm­afbeelding 2025-12-08 om 10.16.51
Prinzessin Sophie Friederike Mathilde von Württemberg & Prinzessin Marie Friederike Charlotte von Württemberg

Sophie Friederike Mathilde prinses van Württemberg (* 17 juni 1818 in Stuttgart; † 3 juni 1877 in Huis ten Bosch) was als eerste echtgenote van de Nederlandse koning Willem III van 1849 tot 1877 koningin der Nederlanden.


Prinses Sophie Friederike Mathilde van Württemberg (1818–1877) was de eerste vrouw van koning Willem III van Nederland en koningin-gemalin van Nederland en groothertogin-gemalin van Luxemburg van 1849 tot aan haar dood in 1877.

Ze werd op 17 juni 1818 in Stuttgart geboren als dochter van koning Willem I van Württemberg en groothertogin Catharina Pavlovna van Rusland. Hierdoor was ze een volle nicht van haar toekomstige echtgenoot, koning Willem III, aangezien haar moeder de zus was van zijn moeder, Anna Pavlovna van Rusland.
Sophie trouwde op 18 juni 1839 met Willem, toen nog prins van Oranje. Het huwelijk was moeilijk, gekenmerkt door persoonlijkheidsconflicten en meningsverschillen, maar ze stond algemeen bekend als een intellectueel, een verzamelaar en een toegewijde moeder. Ze was ook een prominente figuur in de Nederlandse samenleving, bekend om haar sterke wil en haar inzet voor verschillende maatschappelijke doelen.




Sophie Friederike Mathilde Princess of Württemberg (born 17 June 1818 in Stuttgart; died 3 June 1877 in Huis ten Bosch) was
Queen of the Netherlands from 1849 to 1877 as the first wife of King William III of the Netherlands.

Prinzessin Sophie Friederike Mathilde von Württemberg (1818–1877) was the first wife of King William III of the Netherlands and the Queen consort of the Netherlands and Grand Duchess consort of Luxembourg from 1849 until her death in 1877.

Born in Stuttgart on June 17, 1818, she was the daughter of King William I of Württemberg and Grand Duchess Catherine Pavlovna of Russia. This made her a first cousin to her future husband, King William III, as her mother was the sister of his mother, Anna Pavlovna of Russia.
Sophie married William, then the Prince of Orange, on June 18, 1839. The marriage was challenging, marked by personality clashes and differing views, but she was widely known as an intellectual, a collector, and a devoted mother. She was also a prominent figure in Dutch society, known for her strong will and engagement in various social causes.



Zie de geboorten van Wilhelm Maria Friederich & Sophie Marie Johanne
Samen met haar man en diens broer Anton Bohrer gaf Louise Bohrer in 1833 en 1834 concerten in Stuttgart. In september 1835 werd hun zoon Wilhelm Maria Friedrich geboren, in 1837 hun dochter Sophie Marie Johanne. In 1842/43 ondernam Max Bohrer een concertreis naar Amerika. Of Louise Bohrer haar man vergezelde, is niet te achterhalen.

Louise Dulcken and her sister Fanny received piano lessons from their mother. Their first public performance took place in Munich in 1814. On 20 July 1824, she married cellist Max Bohrer (1785-1867). Her sister Fanny married his brother Anton on 20 July 1824. In 1827, both couples moved to Paris, where they gave concerts together. In August 1828, the Münchener Allgemeine Musik-Zeitung wrote about a concert in Paris: “Mad. Max. Bohrer, who had not yet been heard in Paris, played a trio by Beethoven and variations on her own composition on the song: der Schweizerbub”. (Münchener aMZ 1828, Sp. 720). During the joint concerts, at which works by Beethoven, Mozart and Haydn were played, Louise Bohrer also performed solo pieces, for example works by Henri Herz. Driven out by the July Revolution in 1830, the Bohrers left Paris and moved first to London and then to Stuttgart. From around 1831, Louise Bohrer was court pianist and teacher to the princesses in Stuttgart. See the births of Wilhelm Maria Friederich & Sophie Marie Johanne Together with her husband and his brother Anton Bohrer, Louise Bohrer gave concerts in Stuttgart in 1833 and 1834. In September 1835, their son Wilhelm Maria Friedrich was born, followed by their daughter Sophie Marie Johanne in 1837. In 1842/43, Max Bohrer undertook a concert tour of America. It is not known whether Louise Bohrer accompanied her husband.

Scherm­afbeelding 2025-12-07 om 21.09.58
Scherm­afbeelding 2025-12-07 om 21.08.42


1805 - Franzisca Magdalena , dochter van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia Francisca (Fanny) kreeg, net als haar zus Louise, les van haar moeder. In 1824 trouwde ze met de violist Joseph Anton Bohrer (1783-1863) en verhuisde in 1827 met hem, haar zus en diens man Max naar Parijs. Over haar concertactiviteiten kunnen geen betrouwbare uitspraken worden gedaan. In de “Allgemeine musikalische Zeitung” worden vaak concerten van “Mad. Bohrer” vermeld, maar een eenduidige toewijzing aan Fanny Bohrer is niet mogelijk. Volgens Schilling stond ze “als praktisch pianiste vrijwel op gelijke voet” met haar zus, waardoor kan worden aangenomen dat ze net als haar zus samen met haar man optrad en in een trio of mogelijk ook in een kwartet met Max en Louise Bohrer speelde. Ze is de moeder van Sophie Bohrer.
Like her sister Louise, Francisca (Fanny) was taught by her mother. In 1824, she married the violinist Joseph Anton Bohrer (1783–1863) and moved with him, her sister and her sister's husband Max to Paris in 1827. No reliable statements can be made about her concert activities, although the Allgemeine musikalische Zeitung frequently mentions concerts by “Mad. Bohrer”, although it is not possible to clearly identify these as Fanny Bohrer. According to Schilling, she was “probably quite equal to her sister as a practical pianist,” so it can be assumed that, like her sister, she performed with her husband and played in a trio or possibly also in a quartet with Max and Louise Bohrer. She is the mother of Sophie Bohrer.

1807 - Violanda Dulcken, dochter van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia


1808 - Juliana Johanna , dochter van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia

1813 - Alexander, zoon van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia


1817 - Carolina Charlotte, dochter van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia





Met dank aan Sándor Krause en Ivo de Bruin




Zijn werk

Dulcken heeft zich in zijn lange carrière ontwikkeld door steeds nieuwe verbeteringen uit te proberen. Zijn werk laat zien dat hij door verschillende stromingen beïnvloed is.
Van zijn vader en grootvader heeft hij geleerd hoe hij de constructie van de instrumenten optimaal moet maken. Zijn manier van het vastzetten van de klankbodem is typisch iets dat hij van thuis heeft meegenomen. Ook het verlijmen van de wanden van de klankkast op de bodem waarbij de wanden eerst verlijmd worden voordat hij met de verdere bouw van de fortepiano begint, is iets wat hij uit Hasselt/ Antwerpen heeft meegenomen. In de keuze voor de dikte van de verschillende onderdelen is de invloed van zijn vader en grootvader te herkennen.
Daarnaast is hij ook beïnvloed door de Augsburgse pianobouwer Andreas Stein en door andere Zuid-Duitse instrumentenbouwers.
Muziekkenners vertellen dat Louis Dulcken tijdens zijn leven beschouwd wordt als de meest succesvolle pianobouwer van München. Hij wordt geprezen voor bijvoorbeeld de kwaliteitskenmerken van zijn instrumenten. Ze hebben 'een puur sonore toon', houden 'een permanente stemming' en kunnen fagot, harp, harmonica enz. nabootsen door middel van een slim aangebracht mechanisme'. Ze worden gekenmerkt door 'een elegante en smaakvolle constructie', waardoor zijn instrumenten zeer gerespecteerd en welkom zijn. Kortom Dulcken is geniaal in zijn manier van bouwen. Hij weet klanken uit zijn instrumenten ten gehore te brengen die luisteraars tot vervoering brengen.
Zijn piano’s vallen in de prijzen. Hij ontvangt zowel in 1819 als in 1820 op een grote tentoonstelling in München een medaille voor zijn voortreffelijke fortepiano’s.
Vader Johannes Lodewijk sr. heeft het succes van zijn zoon nog mee mogen maken.

Louis Dulcken signeerde zijn latere instrumenten - die gebouwd werden na 1820:
Louis Dulcken et fils of Louis Dulcken et fils in Münich, of Louis Dulcken und Sohn in München.

Op 25 juni 1831 deed Dulcken afstand van zijn functie als koninklijk bouwer van klavierinstrumenten; hij overleed vijf jaar later. In zijn testament noemde Dulcken als erfgenamen zijn vrouw Sophie Lebrun (Londen, 20 juni 1781-d München, 23 juli 1863), zijn zonen Theobald en Heinrich, zijn getrouwde dochters Louise en Franziska Bohrer, en zijn toen nog ongetrouwde dochters Violande, Johanna en Caroline Dulcken. Theobald als bedrijfsleider en Heinrich als bouwer vervulden blijkbaar de verplichtingen van hun vader na diens dood, maar sloten de winkel al snel. Beide zonen verhuisden uiteindelijk naar Londen waar Theobald wolhandelaar werd en Heinrich organist. Louise en Franziska waren getrouwd met de broers Max en Anton Bohrer; Louise werd hofpianiste in Stuttgart. Violande werd concertzangeres in München.

†Louis Dülcken
Ludwig Dülcken,
Hofklaviermacher.
Krankheit: Organische Fehler des Herzens.
Alter: 76 Jahre.


"Dulken, (Johann Ludwig), wurde zu Amsterdam den 5. August 1761 geboren, lernte in seiner Vaterstadt, und dann in Paris von seinem Vater Klaviere, Fortepiano und dergleichen Instrumente bauen, und wurde vom Churfürsten Karl Theodor als mechanischer Klaviermacher an seinem Hofe zu München 1781 angestellt, in welcher Eigenschaft er sich noch befindet, und daselbst den 18. April 1799 die berühmte Klavierspielerinn Sophie Le Brün heirathete. Dieser Künstler erwarb sich durch seine vortreffliche Fortepiano, die einen reinen, sonoren Ton haben, eine andauernde Stimmung halten, und durch einen geschickten angebrachten Mechanismus Fagote, Harfe, Harmonika etc. nachahmen, die vom Friederici in Gera erfundene Bebung vortrefflich enhalten, u. s. w. auch sich durch eleganten und geschmackvollen Bau auszeichnen, große Celebrität, seine Instrumente sind sehr gesucht und willkommen, und finden zahlreichen Abgang nicht nur in ganz Deutschland, sondern auch in Frankreich, in der Schweiz, Italien, Rußland u. s. w." Baierisches Musik-Lexikon, 1811, p. 70

Scherm­afbeelding 2023-11-01 om 20.13.08
Scherm­afbeelding 2023-11-01 om 20.14.07
Meerdere krantenartikelen


Scherm­afbeelding 2025-05-30 om 15.23.02

Soloists and orchestra members of the Orchestra of Elector Karl Theodor - Franziska Le Brün , Ludwig August Le Brün, Innocenz Danzi, Franz Danzi .mechanical piano maker Johann Ludwig Dülken

Scherm­afbeelding 2025-05-30 om 15.18.25


• Kost Thoerl in seiner eigenen Behausung С/V Nr. 39, München
• Vor dem Kostthore (vanaf 1803), München
• Kreuzviertel (vanaf 1819), 227, Prannerstrasse, Kreuzviertel, Maxvorstadt
• Prannersgasse ( vanaf 1826), 1, München
• Promenadestrasse (vanaf 1835 tot 1856), München

Scherm­afbeelding 2025-03-12 om 21.43.11
Munchen KOSTTHOR
Louis woonadressen



mechanischer

'Pianoforte-Fabrikant'  since 1781 "Mechanischer Klavezinmacher : Hr. Johann Ludwig Dulken." Churfürstlich-Pfalzbaierischer Hof- und Staatskalender: auf das Jahr 1800, p. 29 -  Churfürstlich-Pfalzbaierischer Hof- und Staatskalender: auf das Jahr 1802, p. 20




DULCKEN project München

Louis Dulcken bouwde instrumenten voor Karel Filips Theodoor en Maximiliaan I Jozef en voor Keizerin Joséphine Bonaparte. Kort na de Slag bij Austerlitz 1805 bestemde keizer Napoleon Eugène de Beauharnais tot echtgenoot van prinses Augusta Amalia van Beieren, de dochter van de kersverse koning Maximiliaan I Jozef.

In het Dulcken project willen we het volgende realiseren met medewerking van het Bayerisches Nationalmuseum München:
Paula Bär-Giese speelt op een Louis Dulcken piano muziek van de moeder (Francesca Lebrun-Danzi) van zijn vrouw Sophie Lebrun. Liederen van Sophie's oom Ferdinand Danzi.
Carl Maria von Weber bezocht Sophie Dulcken in 1811. Carl Maria von Weber was een excellent guitarist.
In München tijdens de tentoonstelling Karl Theodor 2024/2025 stelt het Greifenberger Institut hun Louis Dulcken hammerflügel ter beschikking voor opname.

Scherm­afbeelding 2024-10-01 om 13.36.56
1816
guitarbalk

speakerlogobalk
Federico Agostini -viool & Hans Meijer - beschilderde gitaar

Scherm­afbeelding 2024-09-26 om 15.48.13
Scherm­afbeelding 2024-09-26 om 15.48.42

Pianosonate Opus 3 van Franz Danzi. Het tweede deel Variaties is gecomponeerd door de vrouw van Franz Danzi, Margarethe Marchand.

Scherm­afbeelding 2024-09-26 om 14.26.02

Margarethe Danzi, geboren Marchand

Er is weinig bekend over de componiste, pianiste en zangeres Margarethe Danzi. Haar sociale en historische achtergrond geven echter veel informatie over haar leven. Ze werd geboren als Margarethe Marchand in 1768 in Frankfurt am Main, als dochter van de bekende zanger, acteur en theaterregisseur Theobald Hilarius Marchand en de actrice Magdalena Brochard. Van jongs af aan was Margarethe een populaire actrice en geliefd bij het publiek; ze speelde kinderrollen in het theater en trad op als zangeres en pianiste. Ze kreeg zangles in München van
Franziska Lebrun, de zus van Franz Danzi, de man met wie ze later zou trouwen.
Een belangrijk deel van haar muzikale opleiding bracht ze door in Salzburg bij Leopold Mozart, in wiens huis ze tussen 1782 en 1784 woonde, samen met haar broer, de violist Heinrich Marchand. Hoewel we relatief weinig over Margarethe weten, geeft haar band met Leopold Mozart ons belangrijke inzichten in de kwaliteit van haar muzikale ontwikkeling. Als pedagoog speelde Leopold Mozart een essentiële rol in de muzikale opvoeding en ontwikkeling van zijn zoon, Wolfgang Amadeus, en schreef hij de Violinschule die zelfs vandaag de dag nog een standaard is in het vioolpedagogische repertoire. Margarethe (die ook Gretl of Gredl werd genoemd) en haar broer Heinrich komen regelmatig voor in de dagboeken en brieven van de familie Mozart. Het is ontroerend om te beseffen dat we Margarethe kunnen leren kennen door de ogen van de Mozart familie en dat we, via Margarethe, een glimp kunnen opvangen van het intieme familieleven van de Mozarts.

In 1790 huwde Margarethe met Franz Danzi, een dirigent en componist. Samen trokken ze door Europa. Margarethe was de prima donna van de Domenico Guardasonis theatergroep waar het koppel deel van uitmaakte. Na 1796 was Margarethe eveneens prima donna aan het hoftheater van München. Ze stierf te München aan een longziekte 11 juni 1800.

Margaretha-Heinrich


Theobald Marchand (1741-1800)

Theobald Marchand was een pionier in de uitvoering van Franse lichte opera's in Duitse vertalingen. Na een aantal jaren in Sebastini's Troupe te hebben gewerkt, werd Marchand de leider van dit reizende gezelschap, dat succes boekte in grote steden als Mannheim, Mainz en Frankfurt. Zijn producties van toneelstukken en operettes werden alom populair en overschaduwden uiteindelijk de heersende voorkeur voor Frans theater. Churfürst Karl Theodor van Mannheim was één van de eerste Duitse keurvorsten die het Franse theater de rug durfde toe te keren en in deze geest van vernieuwing huurde hij Marchand en zijn gezelschap in 1776 in. De hele groep, die later met hem mee verhuisde naar München, bestond uit vele prominente acteurs en zangers, waaronder Marchands toekomstige vrouw, Magdalena Brochard. Nog in 1811 werd Theobald Marchand's vertolking van de tuinman in Mozarts Figaro geprezen in het Baierische Musik-Lexikon. Door Marchand's vele uitvoeringen met zijn gezelschap maakte Goethe kennis met de Franse opera. Hij prees Marchand in zijn autobiografie Dichtung und Wahrheit (deel IV, gepubliceerd in 1833). Theobald Marchand wordt al in 1777 genoemd in de familiecorrespondentie van Mozart. De familie Marchand was ook bekend met de familie Weber, waaronder hun dochter Aloysia, een van Wolfgangs grote liefdes, en haar zus Constanze, die later zijn vrouw werd. Beide families verhuisden van Mannheim naar München. In 1780 ontmoetten Wolfgang en Theobald elkaar opnieuw tijdens de voorbereidingen voor Idomeneo, waarvan de première plaatsvond in 1781 in München. Er ontstond een nog nauwere band toen Leopold en Nannerl, de zus van Wolfgang, Marchand's zoon Heinrich meenamen naar Salzburg. De jongen bleef bij de Mozart familie van 1781 tot 1784.
In februari 1782, na een bezoek aan München, kwam Heinrich's zus Margarethe ook logeren. Vanaf het moment dat de kinderen Marchand bij de Mozart familie kwamen wonen, ontwikkelde zich een hechte vriendschap tussen de inmiddels weduwe geworden Leopold en de vader van de kinderen, Theobald. Beide mannen waren lid van dezelfde vrijmetselaarsloge en nadat zijn dochter en leerlingen het huis hadden verlaten, bracht Leopold verschillende bezoeken aan Theobald Marchand. Dit contact hield Leopold verbonden met de buitenwereld tijdens zijn eenzame laatste jaren. De laatste bewaard gebleven brief van Theobald aan Leopold, gedateerd 29 mei 1787, is vol bezorgdheid over Leopolds afnemende gezondheid en bevat zelfs suggesties voor medicijnen met instructies voor gebruik. Helaas was Leopold al op 28 mei overleden.

Theobald


concert Danzi


scherm00adafbeelding-2024-03-15-om-16.17.33-2
Josephine-2
Keizerin Joséphine de Beauharnais


Scherm­afbeelding 2023-09-25 om 10.14.55

Louis-Sophie-wit
Louis & Sophie Dulcken

  • Louis Dulcken

  • Karl Theodor

  • Karel Filips Theodoor


Karel Filips Theodoor
(Brussel, 11 december 1724 - Slot Nymphenburg, 16 februari 1799), telg uit het huis Wittelsbach, was paltsgraaf van Sulzbach (1733), werd op 31 december 1742 keurvorst van de Palts, hertog van Palts-Neuburg, Gulik en Berg, markies van Bergen op Zoom, heer van Wijnendale en heer van Ravenstein. In 1777 werd hij bovendien keurvorst van Beieren.
Karel Theodoor resideerde aanvankelijk in
Mannheim, hoofdstad van de Palts. Tussen 1756 en 1773 liet hij een nieuwe zomerresidentie in rococostijl bouwen; kasteel Benrath. Toen hij in 1777 ook keurvorst van Beieren werd, verplaatste hij zijn hoofdverblijfplaats naar München. In de zomer resideerde hij in het Slot Schwetzingen, dat door zijn oom Karel Filips was gebouwd.

vader-am
Maximiliaan I Jozef

33C1871F-03D4-4062-B8BB-16FE4FDFED94_1_102_o


Maximiliaan I Jozef

Max Jozef stamde, als zoon van Frederik Michael van Palts-Birkenfeld, uit een zijtak van het Huis Wittelsbach, en was oorspronkelijk, als jongere zoon, geen troonopvolger. Zijn moeder was Maria Francisca van Palts-Sulzbach. Hij groeide op in Frankrijk, waar hij - als kolonel, later als generaal-majoor - in het leger diende. Bij het uitbreken van de Franse Revolutie (1789) ruilde Maximiliaan zijn dienst in het Franse leger voor een functie in de strijdmacht van Oostenrijk en nam deel in de eerste campagnes tegen het revolutionaire Frankrijk.
In 1795 werd hij opvolger van zijn broer
Karel II August die al even onverwacht hertog van Palts-Zweibrücken was geworden. Na de dood van Karel Theodoor uit de dan uitgestorven Sulzbach-lijn werd hij ook keurvorst van Beieren. Zijn opportunistische politiek tegenover Napoleon leverde hem gebiedsuitbreiding op en bezorgde hem bij zijn toetreden tot de Rijnbond de koningstitel. Het binnenlands bestuur liet hij reeds sinds 1799 over aan zijn eveneens Fransgezinde minister Maximilian von Montgelas.
Na de rampzalige veldtocht van Napoleon in Rusland, schaarde Max Jozef zich in 1813 aan de zijde van
Oostenrijk en trad in 1815 toe tot de Duitse Bond. Door die alliantie met de vijanden van de Franse keizer kon hij op de conferentie van Wenen zijn koningstitel behouden. In 1818 voerde hij een grondwet in. Hij werd na zijn dood in 1825 opgevolgd door zijn zoon Lodewijk I.

EU:Am-2
Eugène de Beauharnais & Augusta Amalia van Beieren

Kort na de Slag bij Austerlitz bestemde de keizer Napoleon Bonaparte Eugène tot echtgenoot van prinses Augusta Amalia van Beieren, de dochter van de kersverse koning Maximiliaan I Jozef. In 1807 werd hij bovendien met de titel prins van Venetië Napoleons officiële troonopvolger in Italië.

pronkvaas eugene


- Hortense de Beauharnais liederen - Hortense is de zuster van Eugene de Beauharnais

1
2
speakerlogobalk -‘Conseils à mon frère’ lied opgedragen aan Eugène de Beauharnais - Grazioso - Partant pour la Syrie - Romance het latere volkslied van Frankrijk - Mouvement de marche - Les jeunes rêves d’amour - Romance

Douze romances : mises en musique et dédiées au Prince Eugène / par sa soeur [Hortense, Königin der Niederlande. Mit 12 Lithogr. von Charles Louis Constans]- BLB


conseils-a-mon-frere
Scherm­afbeelding 2024-09-30 om 21.53.50


Louis-Sophie-wit
Louis & Sophie Dulcken

33C1871F-03D4-4062-B8BB-16FE4FDFED94_1_102_o
CE19EABC-10D0-4B1D-8DD5-09AA2F94FEC7
speakerlogobalk

Signatur: „Louis Dulcken // Facteur de Piano de S. A. S. Elect. palat. Duc de Baviére // à Munic. // 1805“
Dulcken-1815
speakerlogobalk

Hammerflügel Louis Dulcken - München 1815

Greifenberger Institut für Musikinstrumentenkunde

concert Danzi
Scherm­afbeelding 2024-09-30 om 21.53.50
Scherm­afbeelding 2024-09-30 om 14.05.31


Sophie Dulcken was een zeer geprezen pianiste, Lipowsky roemt haar met de volgende woorden:

”Brün, (Sophie Le), (...) lernte die Anfangsgründe der Musik in München bei Knechtl, das Klavierspiel bei Streicher, und den Generalbaß bei Schlett, (…). Sie ist in jeder Rücksicht eine wahre Künstlerinn auf dem Klavier, und spielt dieses Instrument mit geistvollem Ausdrucke, wahrer Empfindung, und einer außerordentlichen Fertigkeit. Als sie Reisen nach Paris, der Schweiz und
Italien machte, bezauberte ihr vortreffliches Spiel jeden Zuhörer, und Kenner und Künstler gestanden ihr den ersten Rang der Kunst zu. Nebst diesem singt sie sehr artig, hat einen tiefen Blick in das wesentliche der Musik, verbindet mit ihren großen praktischen musikalischen Kenntnissen auch theoretische in gleichem Grade, und versteht gründlich die Komposition. Für das Klavier hat sie mehrere Konzerte, Sonaten u. dgl. in Musik gesetzt; Schade daß dieselben nicht durch Stich oder Druck allgemein bekannt geworden sind.”




Scherm­afbeelding 2024-09-30 om 14.32.22
Louis Spohr-Carl Maria von Webern-Sophie Dulcken


Dit levendige sociale leven in het huishouden van Dulcken was zeker van groot voordeel voor het bedrijf van de pianomaker, en “men kan alleen maar raden wat zij [Sophie Dulcken] als een schat in het huwelijk bracht door haar artistieke achtergrond en haar pianistische vaardigheden.” In ieder geval was de economische ontwikkeling van Dulckens werkplaats in de daaropvolgende jaren zeer groot. Op het moment van zijn huwelijk bedroeg zijn vermogen volgens het huwelijkscontract in totaal 12.000 gulden. In hetzelfde jaar werd zijn vorstelijke salaris verhoogd tot 600 gulden, zodat hij in 1804 voor 25.000 gulden een huis kon kopen in de Prannerstraße, later omgedoopt tot Promenadenstraße.
In de daaropvolgende jaren wist Dulcken zijn verkoop zo succesvol te organiseren dat hij in 1815 “in totaal tweehonderdduizend gulden (...) in Beieren had binnen gebracht”. Voor dit bedrag had hij instrumenten buiten Beieren verkocht. Een van Dulcken's zonen schijnt ook af en toe in de werkplaats gewerkt te hebben. Sommige overgebleven instrumenten Dulcken vermelden hem op hun signatuur. De samenwerking lijkt echter niet permanent te zijn geweest. In 1820 verhuisde de oudste zoon Theobald naar Hamburg en in 1828 emigreerde hij mogelijk samen met zijn jongere broer Heinrich naar Londen. In april van hetzelfde jaar deed Louis Dulcken afstand van zijn licentie als gemeentelijke pianomaker. Hij stierf in München op 26 december 1836; zijn vrouw Sophie overleefde hem bijna 30 jaar. Zij stierf in juli 1863.
Dulcken's instrumenten vonden aftrek in de hoogste sociale kringen. Als hofpianobouwer leverde hij natuurlijk aan het hof in München. Een afbeelding van de troonzaal van koningin Caroline van Beieren toont een fortepiano van Dulcken.

Het Beierse staatsarchief bezit ook een vergunningsaanvraag van een voormalige leerling van Dulcken, waaruit blijkt dat er een aantal Dulcken-instrumenten in de residentie München en in de Nymphenburg stonden.

Maar ook andere heersende huizen in Europa schaften instrumenten van Dulcken aan, zoals keizerin Josephine van Frankrijk. Tijdens haar bezoek aan München in 1805/06 kocht ze twee van zijn instrumenten en “kort daarna bestelde ze een derde, waarmee ze in Parijs zo tevreden was dat het daar enige tijd publiekelijk werd tentoongesteld”. In hetzelfde jaar werd een instrument gebouwd voor het Huis van Thurn en Taxis in Regensburg.

Carolina_Augusta_Kriehuber kopie
troonzaal
Troonzaal Königin Caroline met Dulcken fortepiano
Karoline_Auguste_von_Bayern

Dulcken werd “beschouwd als de meest succesvolle pianomaker in München tijdens zijn leven”.
Lipowsky, bijvoorbeeld, prees de kwaliteitskenmerken van Dulcken's instrumenten. Ze hadden “een zuivere sonore toon”, ze hielden “een constante stemming” en konden “de fagote, harp, harmonica etc. imiteren door middel van een vakkundig geïnstalleerd mechanisme.” Ze werden ook gekenmerkt door een “elegante en smaakvolle constructie”, waardoor zijn instrumenten zeer gerespecteerd en welkom waren. In 1815 benadrukte de “Wöchentliche Anzeiger für Kunst- und Gewerbefleiß” het volgende speciale kenmerk van Dulcken's productiemethode in verband met de populariteit van Dulcken's pianofortes. Hier staat geschreven:

”In Betracht des schon großen Absatzes und Rufes seiner Instrumente, hat man ihn zu verschiedenen Malen angegangen, sein Geschäft zu erweitern, und es Fabrikartig zu betreiben; allein er wollte sich nicht dazu verstehen, indem er der Meinung ist, daß wenn gute und dauerhafte Instrumente geliefert werden sollen, das Innere derselben, die Hauptsache, nur durch E i n e Hand gehen müsse; dahingegen in mehreren Klavierfabriken ein jeder Arbeiter ein sogenannter Fertigmacher ist, wobey freylich die Geschwindigkeit der Herstellung und der Gewinn größer ist, aber die Instrumente auch oft ungleich
und unvollkommen ausfallen.”



Scherm­afbeelding 2025-11-21 om 20.21.41


Overlijden en R.K. begraven München (Archive des Erzbistums München und Freising, Seelsorgeeinheiten, Pfarreien und Kirchenstiftungen, CB301, München-Zu Unserer Lieben Frau 1561-1937, Pfarramtsverwaltung, M99334, Sterbefälle Erwachsene 1843-1885, folio 310, Bild 316,

"Seputli       Dies            Mensis Julii 1863. Fol[io] 310.
                    sep:
  Dülken       25       
Sophia Dülken, geb[oren] Le=Brun Hofklaviermachers=
                                Wittwe, von hier starb
_._._. 82 J[ahr] a[lt] am 23[[ten] Juli
                                morgens 3 Uhr am Carcinom des Mastdarmes (D[octo]r J. Buschen)
                                in der Promenadestrasse N[umme]r 1/1 P[o]l[izei] Sch: 3114
                                beerdiget n[ach]mittags 4 Uhr vom _._. Domkapitular Weber".
Opmerking: Mastdarm = endeldarm.