Multimedia Art Productions

Nederlandse vlag
Engelse vlag
Dulcken-MIM spot
Carolus Bigeé

Herman Saftleven-Bigee

🇬🇧 The Secret Behind the Harpsichord Lid: From Herman Saftleven's Rhine Journeys to the Dulcken Dynasty


🇳🇱 Het Geheim achter het Klavecimbeldeksel: Van Herman Saftlevens Rijnreisen naar de Dulcken-Dynastie

🇩🇪 Das Geheimnis hinter dem Cembalodeckel: Von Herman Saftlevens Rheinreisen zur Dulcken-Dynastie




Scherm­afbeelding 2025-06-19 om 19.55.28
16-06-1731
Carolus Bigée de Jonge & Anna Catharina Le Febure
Mechelen

Scherm­afbeelding 2025-06-22 om 22.07.29
Archive Mechelen

16 junij 1731 previa dispensatione in tribus Bannis matrimonio juncti sunt Carolus Bigee et Anna Catharina Le febure coram R. D. Aulaerts vicepastore S. Rumb[oldi] et coram testibus francisco antonio van volden et R. D. josepho thoma d'aynelie
(Opmerking: "R. D." staat voor Reverendus Dominus, oftewel Eerwaarde Heer. "S. Rumb" verwijst naar de Sint-Romboutskerk of -parochie, Mechelen).
Nederlandse vertaling
16 juni 1731
Na voorafgaande dispensatie van de drie huwelijksaankondigingen (roepen), zijn in het huwelijk verbonden
Carolus Bigee en Anna Catharina Le febure, ten overstaan van de Eerwaarde Heer Aulaerts, vicepastoor (onderpastoor) van Sint-Rombouts, en in het bijzijn van de getuigen Franciscus Antonius van Volden en de Eerwaarde Heer Josephus Thomas d'Aynelie.

Engelse vlag

English Translation
16 June 1731
Following a prior dispensation from the three banns [of marriage],
Carolus Bigee and Anna Catharina Le febure were joined in matrimony, in the presence of the Reverend Lord Aulaerts, vice-pastor (assistant priest) of St. Rumbold, and in the presence of the witnesses Franciscus Antonius van Volden and the Reverend Lord Josephus Thomas d'Aynelie.


Carolus Bigee: Lefebre
Archive Mechelen


1
Archive Mechelen
Carolus Bigée Schilder van Sijne Conste ende jonff Anna Catharina Le Febure


Op heden den derthienden September xvijC eenenvijftigh. Compareerde Voor mij en onderges. Notaris geadmitteert in haere Maj
ts grooten Raede tot Mechelen residerende present de getuygen naergenoemt. Sr. Carolus Bigée Schilder Van Syne Conste ende Jonff. Anna Catharina Le Febure gehuys-schen, de Selve Syne huysvrouwe ten naer-volgende assisterende ende authoriserende
Toelichting op enkele historische termen/afkortingen:

  • Sr. / Jonff: Sieur (Heer) en Jonkvrouw (titels gebruikt voor respectabele burgers).

  • Schilder van syne conste: Kunstschilder van beroep.

  • Gehuysschen: Echtgenoten / getrouwd koppel.

  • xvijC eenenvijftigh: 1751 (xvijC = 1700 + eenenvijftigh = 51).

  • Majts: Majesteits (verwijzend naar de Grote Raad van Mechelen: "haere Majesteits grooten Raede tot Mechelen residerende").

  • Assisterende ende authoriserende: De echtgenoot is aanwezig om zijn vrouw bij te staan en haar juridische goedkeuring/machtiging te geven voor deze akte.

BA605455-9EB5-4335-9AEB-541D30F2E457_1_105_c
86714897-ECB5-4C98-81D1-B7B8276922A3_1_105_c
65B2EF59-F173-4EF4-A776-8AF31DFBC2F0_1_105_c
7F198002-6C4F-457F-A468-124BD6EFD0FB_1_105_c
2F4B2F39-31AB-4075-9B8B-35D75E043501_1_105_c
7FC17B02-9D7B-4A41-8ED4-56D40F5C9C56_1_105_c
Archive Mechelen

Op heden den derthienden September xvijC eenenvijftigh. Compareerde Voor mij en onderges. Notaris geadmitteert in haere Majts grooten Raede tot Mechelen residerende present de getuygen naergenoemt. Sr. Carolus Bigée Schilder Van Syne Conste ende Jonff. Anna Catharina Le Febure gehuysschen, de Selve Syne huysvrouwe ten naervolgende assisterende ende authoriserende
ingesetene deser Stede, de welcke bekennen ende verclaeren, soo sij doen bij desen wel ende deughdelijck ter Rente opgenomen ende ontfangen te hebben vanden Eerw: Heere Arnoldus van Hombergen pastoor van Sinte Peeters ende Pauwels alhier, ende vande andere heeren van den Sanck inde Selve Kercke eene Some van vijf hondert guldens Cappitael in gepermitteerden ende gevalueerden Wisselgelde den Schellinck tegent ses Stuijvers, ende alle voordere specien naer advenant, dienende dese daer over voor Quittantie sonder van andere ofte voordere te moeten doceren nu nokte ten eeuwigen daege, reunutierende ten dien aende exceptie van gheenen getelden gelde, waer van vier hondert vijf guldens sijn voortscomende vande fondatie van het jaergetyde van Wijlent Jonffr. Anna Canthals, ende vijf en negentigh guldens wisselgelt provenierende vande fondatie van Danesijn inde voors. kercke, waer voren de comparanten beloven jaerelijcks intrest te betalen ten penninck Sestthien, dan in Cas van jaerelijcke preciese betalinge uytterlijck ses weken naer iederen valdagh ende niet aftreckende eenighe C.
e CC.e xL.L.e Ce meerdere ofte mindere penningen alreede op Renten uytgesonden, ofte in't toecomende uyt te senden, indien gevalle ende anders niet, sullen sij Comparanten
gestaen ten advenante van dry guldens ende thien stuijvers ten honderde, ende alsoo seventhien guldens en thien stuijvers Courant t ‘sjaers, Cours ende ingang nemende op heden date deser, waer van oversulcks het eerste jaer intrest vallen ende verschijnen sal den 20 September 1752. ende soo voorts van jaere te jaere tot de quijttinge ende aflossinge dier, die de Comparanten althijt sullen vermoghen te doen met gelijcke somme Cappitael ende verschenen intresten dier naer rate van tijde, als't hun gelieven sal, daer voren verbindende hunnen persoon ende goederen haere ende Erve presente ende toecomende ende specialijck seker huys grondte ende toebehoorten gestaen inde Steenstraete alhier bij de groote merckt het
gulde Muijltien genaemt, het maelslot ter eenre, ende het gene van d'Erfgenamen andries snijers ter andere vrij ende onbelast, tot dien seker huys gestaen achter de halle inde nieuwe ofte reusestraet oock binnen de Stadt tusschen d'Erfgenamen vanden heere Christoffel Gommaerts ende het hoeckhuys aldaer ter andere sijden oock vrij ende onbelast, behoudens met eenen huijs van twee guldens s'jaers aendese Stadt, sonder meer daer op waerschap ende guarrand gelovende, de gemelde twee huysen competerende aende voors. tweede
(In de linkermarge van deze pagina staat genoteerd: Bigée / Febure)
Comparante als eenige Erfgename van wijlent Jonffr. Clara Peeters in haer leven Beggyne op den grooten hove alhier haere Moye was volghtens haer Testament gepasseert voor den Notaris J: A: Festraets ende sekere getuyghen binnen dese stadt in date 20. october 1750. de Welcke het gemeldt eersten huys beneffens wijlent haere twee susters Jonffr. Elisabeth ende Anna Catharina Peeters, oock gewesen Beggyntiens incoope hadde verkregen teghens d'Erfgenamen Wijlent Guilliam Verstraeten volgens den goedenisse brief indate 14. februarij 1737. ende vande selve haere twee Susters Erfgenamen bedegen als langhstlevende volgens hunnen Testamente gepasseert voor den Notaris A: Melaert vanden 23. Julij 1734. ende het voorn: tweeden huys te vorent bij successie van wijlent den Heere Joannes Jacobus Peeters in sijn leven priester van’t oratory Constituerende tot dien onwederoepelijck mits desen Mr. Robertus Ignatius Bosmans om te gaen ende te Compareren voor mijne Edele Heeren Van haere Voors. Maj grooten Raede, Eerw: heeren Schepenen deser Stede, ende alomme elders daer het de Rentheffers gelieven sullen ende aldaer t'ghene Voors. herkennende ende ver- niemende hun Constituanten int onderbint dier Volontairlijck te doen ende Lasten con- demneren met Costen, mitsgaders omme te Compareren voor de Eerw: heeren Schauteth

Gestaen ten advenante van dry guldens ende thien Schijvers ten honderd, ende alsoo Seeventhien guldens en thien Schijvers Courant s'jaers, Cours ende ingangh nemende op heden date deser, waer van oversulcks het eerste jaer intrest vallen ende verschijnen sal den 20 September 1752. ende soo Voorts van jaere te jaere tot de quijttinge ende aflosinge dier, die de Comparanten althijt sullen Vermoghen te doen met gelijcke Somme Cappitael ende Verschenen intresten dier naer rate van tijde, aes't hun gelieven sal, daer Voren Verbindende hunnen persoon ende goederen haerdt ende Erve present ende toecomende ende Specialijck Seker huys grondt ende toebehoorten gestaerd inde Steenstraete alhier bij de groote merckt het gulde Muysken gnaemt, het mael Slot ter eenre, ende het gene van d'Erfgenamen andries Snijers ter andere Vrij ende onbelast, tot dien seker huys gestaen achter de Halle inde nieuwe ofte rentestraet oock binnen de Stadt tusschen d'Erfgenamen vanden Heere Christoffel Gom- maerts ende het hoeckhuys aldaer ter andere Sijden oock Vrij ende Onbelast, behoudens met eenen Cijns van twee guldens s'jaers aende se Stadi, sonder meer daer op waerschap ende jnbrand gelovende, de gemelde twee huysen Competerende aende Voors. tweede
(In de linkermarge van deze pagina staat genoteerd: Bigée /
ende Schepenen deser Stede, ende aldaer naer her- kennenis als voren de Voors. Cappitale Somme Van Vijf hondert guldens wisselg: ende jaerelijcxse jntresten dier ten behoefte als voren op de gemelde twee huysen gronden ende toebehoorten wette- lijck te affecteren ende realiseren met alle Formalijten van reghte daer toe gerequireert, alles ten coste vande Rentgelders tot den Castacke brief inclus, aldus gedaen ende gepasseert binnen Mechelen date als boven, ter presentie van heer ende Meester Egidius de Cocq advocaet ende Substituet Procr. Generael Van haere Voors. Maj:ts grooten Raede &c, ende den Eerw: heere Joannes Carolus De Witte pbr als getuygen, Sijnde de minute deser becleedt met zegel Volgens reglement bij de Comparanten ende getuygen beneffens mij Notaris onderteeckent onderstout Quod Attestor ende Was onderteeckent J: A: Buydens Notis: Pubs: 1751. Ende heeft den Voors. Comparant inde Qualityt als boven naer dien hem het Voors. Instrument & Sijne Versoecke in onse presentie Voorgelesen is geweest, dat in alle Sijne poincten Clausulen ende Articklen voor goet herkent ende Vernieumt, hebbende dienvolgens bij Manifstett d d Voors. Rente ten behoeffe als boven op de Voorn. panden geaffecteert ende gerealiseert, soo hij

(Dit betreft de allerlaatste slotregel en de datumregistratie onderaan de akte).

die daer voren affecteerde ende realiseerde bij desen, Totten Weleken ett.
a 14 Septemb. 1751.


Moderne Nederlandse Vertaling
Akte van Schuldbekentenis en Hypotheek — Malines (Mechelen)
Op de dag van vandaag, 13 september 1751, verschenen voor mij, de ondergetekende notaris (officieel toegelaten en gevestigd bij de Grote Raad van Hare Majesteit in Mechelen), en in het bijzijn van de hierna genoemde getuigen:
de heer Carolus Bigée, kunstschilder van beroep, en jonkvrouw Anna Catharina Le Febure, echtgenoten en inwoners van deze stad. Hij staat zijn echtgenote in deze zaak bij en geeft haar de vereiste juridische machtiging.
Zij verklaren en bekennen hiermee dat zij een lening (in de vorm van een jaarlijkse rente) hebben opgenomen en cash hebben ontvangen van de weleerwaarde heer
Arnoldus van Hombergen, pastoor van de Sint-Pieters-en-Pauluskerk alhier, en van de overige heren van het kerkkoor van diezelfde kerk. Het gaat om een hoofdsom van vijfhonderd gulden kapitaal aan wettig en gangbaar wisselgeld (gerekend tegen zes stuivers per schelling, en alle overige munten naar verhouding). Deze akte dient als volledig betalingsbewijs; er hoeft nu of in de toekomst nooit meer een ander bewijs te worden overlegd. Zij zien uitdrukkelijk af van het recht om later te beweren dat het geld niet daadwerkelijk aan hen is uitgeteld.
Van deze hoofdsom is
405 gulden afkomstig uit de stichting (fondatie) voor de jaarmis van wijlen jonkvrouw Anna Canthals, en 95 gulden wisselgeld is afkomstig uit de stichting Daneels (Danesijn) in de genoemde kerk. In ruil hiervoor beloven de comparanten een jaarlijkse intrest te betalen volgens de rentevoet van de 'zestiende penning' (ruim 6%). In het geval van een stipte jaarlijkse betaling moet dit uiterlijk binnen zes weken na elke vervaldag gebeuren, zonder aftrek van eventuele belastingen op renten (die nu al bestaan of in de toekomst worden ingevoerd).
De rente is vastgesteld op drie gulden en tien stuivers per honderd gulden, wat neerkomt op een totaalbedrag van
zeventien gulden en tien stuivers courant per jaar. Deze rente gaat vandaag in. De eerste jaarlijkse rente zal vervallen en opeisbaar zijn op 20 september 1752, en zo vervolgens van jaar tot jaar tot de volledige aflossing van de schuld. Het staat de schuldenaars altijd vrij om de lening af te lossen, mits zij de volledige hoofdsom samen met de op dat moment opgebouwde rente betalen.
Als onderpand hiervoor verbinden zij hun eigen persoon en al hun huidige en toekomstige bezittingen, en in het bijzonder twee specifieke panden:

  1. Een huis met grond en toebehoren, gelegen in de Steenstraat hier in de stad vlak bij de Grote Markt, genaamd "Het Gulde Muyltien". Dit pand grenst aan de ene kant aan het huis 'het Mael Slot' en aan de andere kant aan het eigendom van de erfgenamen van Andries Snijers. Het is vrij en onbelast.

  2. Een huis achter de markthalle in de Nieuwstraat (ook wel de Reusestraat of Rentestraat genoemd), eveneens binnen deze stad, gelegen tussen de erfgenamen van de heer Christoffel Gommaerts en het hoekhuis aan de andere zijde. Dit pand is eveneens vrij en onbelast, op een jaarlijkse grondcijns van twee gulden aan de stad Mechelen na.

Zij garanderen de kerk dat deze panden vrij zijn van andere schulden of brandbrieven (waerschap ende guarrand). Deze twee huizen horen toe aan de genoemde tweede comparante (Anna Catharina Le Febure), die ze heeft verkregen als de enige erfgename van haar overleden tante jonkvrouw Clara Peeters, die in haar leven begijn was op het Groot Begijnhof alhier (den grooten hove). Haar tante had dit bij testament zo geregeld (opgesteld voor notaris J.A. Festraets en getuigen binnen deze stad op 20 oktober 1750). Clara Peeters had het eerste huis destijds samen met haar inmiddels ook overleden zussen (de jonkvrouwen Elisabeth en Anna Catharina Peeters, destijds eveneens begijnen) gekocht van de erfgenamen van wijlen Guilliam Verstraeten (blijkens de transportakte/goedenisse brief van 14 februari 1737). Clara had de aandelen van haar zussen gekregen omdat zij hen overleefde, zoals zij onderling hadden vastgelegd in hun testament (opgesteld voor notaris A. Melaert op 23 juli 1734). Het tweede huis had zij eerder geërfd van de heer Joannes Jacobus Peeters, die tijdens zijn leven priester van het Oratorium (priester van't oratory) was.
Zij stellen hierbij onherroepelijk
meester Robertus Ignatius Bosmans aan als hun gevolmachtigde om in hun naam te verschijnen voor de edele heren van de Grote Raad van Hare Majesteit, de eerwaarde heren schepenen van deze stad en alle andere instanties waar de geldgieters (de kerk) dat wensen. Hij moet daar deze schuld en hypotheek officieel erkennen en vernieuwen, en namens zijn opdrachtgevers akkoord gaan met de registratie van de hypotheek en de bijbehorende proceskosten. Hij moet eveneens verschijnen voor de eerwaarde heer schout en schepenen van deze stad om de hoofdsom van 500 gulden wisselgeld en de jaarlijkse rente wettelijk te vestigen op de genoemde twee huizen en gronden, met alle wettelijke formaliteiten die daarvoor nodig zijn. Dit alles gebeurt op kosten van de schuldenaars, inclusief de kosten voor de officiële hypotheekbrief (tot den Castacke brief inclus).
Aldus gedaan en verleden binnen Mechelen op de hierboven vermelde datum, in het bijzijn van de heer en meester
Egidius de Cocq (advocaat en substituut-procureur-generaal van de Grote Raad) en de weleerwaarde heer Joannes Carolus De Witte, priester (pbr), beiden als getuige. De originele minuutakte is volgens de voorschriften voorzien van een belastingzegel en ondertekend door de comparanten, de getuigen en mij, de notaris.
Waarvan akte, en was ondertekend: J.A. Buydens, openbaar notaris, 1751.
Nadat dit document en het verzoek in onze aanwezigheid volledig aan de genoemde gevolmachtigde was voorgelezen, heeft hij verklaard alle punten, clausules en artikelen daarin volledig te erkennen en te vernieuwen. Vervolgens heeft hij bij deze akte de genoemde rente ten behoeve van de kerk officieel gevestigd en geregistreerd op de genoemde panden, zoals hij dat hiermee deed.
Geregistreerd op 14 september 1751.

Engelse vlag

Modern English Translation
Deed of Debt and Mortgage — Mechelen (Malines)
On this day, 13 September 1751, before me, the undersigned notary (officially admitted and residing near the Grand Council of Her Majesty in Mechelen), and in the presence of the witnesses named below, appeared:
Sir Carolus Bigée, painter by trade, and Demoiselle Anna Catharina Le Febure, husband and wife, residents of this city. He assists and grants his wife the required legal authority for this matter.
They declare and acknowledge herewith that they have successfully borrowed and received in cash from the Reverend Lord
Arnoldus van Hombergen, pastor of the Church of St. Peter and St. Paul here, and from the other gentlemen of the church choir of that same church, a principal sum of five hundred guilders in permitted and valued exchange currency (calculated at six stivers per shilling, and all other coins accordingly). This deed serves as a full receipt; no other or further proof shall ever need to be presented now or in the future. They explicitly waive the right to claim hereafter that the money was not actually counted out to them.
Of this principal sum,
405 guilders originate from the foundation (fondatie) for the anniversary mass of the late Demoiselle Anna Canthals, and 95 guilders in exchange currency originate from the Daneels Foundation within the aforementioned church. In return, the contracting parties promise to pay an annual interest according to the interest rate of the 'sixteenth penny' (just over 6%). In the case of prompt annual payment, this must be done at the latest within six weeks after each due date, without any deductions for taxes on rents (whether currently existing or to be introduced in the future).
The interest is fixed at three guilders and ten stivers per hundred guilders, which amounts to a total of
neventeen guilders and ten stivers current per year. This interest takes effect today. The first year's interest will become due and payable on 20 September 1752, and so on from year to year until the full redemption and discharge of the debt. The debtors shall always be permitted to redeem the loan, provided they pay the identical principal sum together with the interest accrued up to that time.
As security for this, they bind their persons and all their current and future property, and specifically two distinct properties:

  1. A house with its land and appurtenances, situated in the Steenstraete here in the city near the Great Market, named "Het Gulde Muyltien" . This property adjoins the house 'het Mael Slot' on one side, and the property of the heirs of Andries Snijers on the other. It is free and unencumbered.

  2. A house situated behind the market hall in the Nieuwstraat (also called the Reusestraat or Rentestraat), likewise within this city, located between the heirs of Lord Christoffel Gommaerts and the corner house on the other side. This property is likewise free and unencumbered, except for an annual ground rent of two guilders owed to the city of Mechelen.

They guarantee to the church that these properties are free from other debts or encumbrances (waerschap ende guarrand). These two houses belong to the chess-mentioned second contracting party (Anna Catharina Le Febure), who obtained them as the sole heir of her late aunt, Demoiselle Clara Peeters, who in her lifetime was a beguine at the Great Beguinage here (den grooten hove). Her aunt had arranged this by testament (executed before notary J.A. Festraets and witnesses within this city on 20 October 1750). Clara Peeters had originally acquired the first house through purchase, together with her now also deceased sisters (the demoiselles Elisabeth and Anna Catharina Peeters, who were likewise beguines back then), from the heirs of the late Guilliam Verstraeten (according to the transfer deed dated 14 February 1737). Clara had acquired her sisters' shares because she outlived them, as they had mutually agreed in their testament (executed before notary A. Melaert on 23 July 1734). The second house she had previously inherited from Lord Joannes Jacobus Peeters, who during his life was a priest of the Oratory (priester van't oratory).
They hereby irrevocably appoint
Master Robertus Ignatius Bosmans as their proxy to appear in their name before the noble Lords of the Grand Council of Her Majesty, the reverend lords aldermen (schepenen) of this city, and all other places where the lenders (the church) desire. He must there officially acknowledge and renew this debt and mortgage, and on behalf of his clients consent to the registration of the mortgage and the associated legal costs. He must likewise appear before the reverend lord schout and aldermen of this city to legally establish the principal sum of 500 guilders in exchange currency and the annual interest upon the aforementioned two houses and lands, with all legal formalities required for that purpose. All of this shall be done at the expense of the debtors, including the costs for the official mortgage deed.
Thus done and executed within Mechelen on the date mentioned above, in the presence of the lord and master
Egidius de Cocq (advocate and deputy prosecutor-general of the Grand Council) and the reverend lord Joannes Carolus De Witte, priest (pbr), both as witnesses. The original minute deed is provided with a tax stamp according to the regulations and signed by the contracting parties, the witnesses, and me, the notary.
In witness whereof, and was signed: J.A. Buydens, Public Notary, 1751.
After this document and the request had been fully read aloud in our presence to the aforementioned proxy, he declared that he fully acknowledged and renewed all points, clauses, and articles therein. Subsequently, by this deed, he officially established and registered the aforementioned rent for the benefit of the church upon the aforementioned properties, as he did herewith.
Registered on 14 September 1751.



D04705AF-6C9E-48C2-9882-E4CC4B6D3F2E_1_105_c
"Het Gulde Muyltien"

Smalle verbindingsstraat met gebogen tracé tussen Grote Markt en de Frederik de Merodestraat. Voorheen z.g. ,,Steenstraat'' naar de gevangenis ,,het Steen'', dat in uitsprong op de l.hoek met de Grote Markt stond.
Huidige benaming naar Jan Standonck (1443-1594), stichter van het nabijgelegen college voor arme jongens en fraters (1500).
Behouden kleinschalige bebouwing met enkele oudere kernen in verwaarloosde toestand, naast eenvoudige XIX-rijhuizen van twee bouwl. cf. nr. 1 tot 7 (816).
Voorheen z.g. ,,de Gulden Muil'' en ,,het Hartenbeurzeken'' (fig. 280). Kleine woning van één bouwl. hoog onder steil zadeldak (n // straat, Vlaamse pannen) met klimmend dakvenster ; vlg. J. Grootaers en H. Sermeus daterend uit XVI A. Heden bepleisterde en witgeschilderde voorgevel op gepikte plint. L.gevelhelft als latere verstening van twee trav. met rechth. beluikte vensters onder overstek opgevangen op gebogen kraagstukken. R.gevelhelft met typisch houten stijl- en regelwerk eveneens onder overkragende balklijst. Bepleisterde zijpuntgevels : l.rechth. venster onder balkgat, r. smallere rechth. vensters. Haaks op l.helft : diephuis onder zadeldak (Vlaamse pannen) met bakstenen achterpuntgevel (?). Pand heden gedeeltelijk afgebroken met oog op restauratie en reconstructie.

Current name after Jan Standonck (1443-1594), founder of the nearby college for poor boys and brothers (1500).
Formerly known as "de Gulden Muil" and "het Hartenbeurzeken" fig. 280). Small dwelling of one storey high under a steep gable roof (parallel to the street, Flemish pantiles) with a dormer window; according to J. Grootaers and H. Sermeus dating from the early 16th century (XVI A). Currently plastered and white-painted front facade on a tarred plinth. Left half of the facade built in stone at a later date, consisting of two bays with rectangular shuttered windows under an overhang supported by curved corbels. Right half of the facade features typical timber framing (posts and rails), also under an overhanging beam course. Plastered side gables: left side features a rectangular window under a putlog hole, right side narrower rectangular windows. Perpendicular to the left half: a deep house under a gable roof (Flemish pantiles) with a brick rear gable (?). Property currently partially demolished for the purpose of restoration and reconstruction.


IMG_0932
"Het Gulde Muyltien"
IMG_0942


Steenstraat bij de groote merckt geneamt het gulden muijltien en het huijs het maelslot


IMG_0996
het maelslot (hangslot)



1=a
Archive Mechelen
Compleet

En de hierna genoemde, onherroepelijk gemachtigde van het sterfhuis, namelijk juffrouw Anna Catharina Lefebure, weduwe van de heer Carolus de Jonghe en thans getrouwd met de heer Joannes Carolus Bigée. Zij wordt door hem in deze bijgestaan en gemachtigd voor hetgeen hierna wordt beschreven. Zij, zijn echtgenote, is voor het hierna genoemde gemachtigd en geautoriseerd door juffrouw Joanna Maria Lefebure, voormalig begijn op het Groot Begijnhof alhier, volgens het testament dat door haar is opgemaakt ten overstaan van notaris Slabbock op 23 mei 1727. Dit, en de identiteit van bepaalde getuigen, blijkt uit de speciale volmacht (procuratie) van de comparante (de verschijnende partij), gedateerd op de zeventiende juni 1727."
And the hereinafter mentioned, irrevocably authorized representative of the estate, namely Miss Anna Catharina Lefebure, widow of Mr. Carolus de Jonghe and currently married to Mr. Joannes Carolus Bigée. She is assisted and legally authorized by him herein regarding what is described below. She, his wife, is authorized and empowered for the hereinafter mentioned matters by Miss Joanna Maria Lefebure, former beguine at the Great Beguinage here, according to the will executed by her before notary Slabbock on May 23, 1727. This, along with the verification of certain witnesses, is evident from the appearing party's special power of attorney (procuration), dated June 17, 1727."





Anna Catharina Le Febure † 23 Meert 1758



04-10-1758 Bigée Carolus - Weduwnaar van Lefebure Anna Catharina


1b
Archive Mechelen

Compleet



[Inleiding]
Lefebure, Bigée, De Jonghe.
De heer Carolus Bigée, die geen kinderen heeft, is de weduwnaar van de eerder genoemde juffrouw Anna Lefebure. Zij was daarvoor de weduwe van de heer Carolus de Jonghe, licentiaat in de geneeskunde. Bij deze eerste echtgenoot had zij een meerderjarige zoon gekregen, genaamd Arnoldus de Jonghe. Arnoldus is inmiddels overleden en heeft drie minderjarige kinderen achtergelaten, voor wie de heer Antonius Beelaerts als voogd (momboor) is aangesteld. Deze boedelbeschrijving (staat van goed) wordt opgemaakt op verzoek van de genoemde heer
Carolus Bigée, in zijn rol als rekenplichtige (rendant). De beschrijving is bedoeld om aan de voogd te worden overhandigd en te worden bekrachtigd en afgesloten ten overstaan van de weesmeesters van deze stad
[Introduction] Lefebure, Bigée, De Jonghe.
Mr. Carolus Bigée, who has no children, is the widower of the previously mentioned Miss Anna Lefebure. She was formerly the widow of Mr. Carolus de Jonghe, a licentiate in medicine. With her first husband, she had an adult son named Arnoldus de Jonghe. Arnoldus has since passed away and left behind three minor children, for whom Mr. Antonius Beelaerts has been appointed guardian. This inventory of the estate (state of affairs) is drawn up at the request of the aforementioned
Mr. Carolus Bigée, in his capacity as the accounting party (render of accounts). It is intended to be handed over to the said guardian and to be finalized and closed before the Honorable Masters of the Orphans' Chamber of this city.





29-04-1759
Carolus Bigée & Joanna Maria Cleijnaers
Mechelen

Scherm­afbeelding 2026-06-19 om 16.08.56
Archive Mechelen

29 april 1759
Hebben ten overstaan van mij, ondergetekende, een huwelijk gesloten:
Carolus Bigé en Joanna Maria Clijenaers, met dispensatie van de drie huwelijksaankondigingen (roepen) verleend door de zeer eerwaarde heer vicaris-generaal B. De Ruddere.
Getuigen waren
Joannes Jacobis en Jacobus Sevé.
[Ondertekend door]
G. do Raurman, pastoor van de parochie [Sint-Jan / jois].

29 April 1759
In the presence of me, the undersigned,
Carolus Bigé and Joanna Maria Clijenaers have contracted marriage, with a dispensation from the three banns [of marriage] granted by the most honorable Lord Vicar General B. De Ruddere.
Witnesses were
Joannes Jacobis and Jacobus Sevé.
[Signed by]
G. do Raurman, pastor of the parish [of St. John / jois].


IMG_5525
Archive Mechelen

04-05-1760
† Joanna Maria Cleijnaers
Mechelen

Cleijnaers overlijden 2
Archive Mechelen

2
Scherm­afbeelding 2025-06-27 om 17.07.58

Scherm­afbeelding 2025-06-27 om 17.08.42
Scherm­afbeelding 2025-06-27 om 17.17.44
img_7075-2
MIM - Bruxelles
MIM=Dulcken-web

🇬🇧 The Secret Behind the Harpsichord Lid: From Herman Saftleven's Rhine Journeys to the Dulcken Dynasty


🇳🇱 Het Geheim achter het Klavecimbeldeksel: Van Herman Saftlevens Rijnreisen naar de Dulcken-Dynastie

🇩🇪 Das Geheimnis hinter dem Cembalodeckel: Von Herman Saftlevens Rheinreisen zur Dulcken-Dynastie


Bigée
Charles Bigée
Scherm­afbeelding 2025-07-06 om 11.36.54
Scherm­afbeelding 2025-07-05 om 14.18.22


Un artiste malinois, dont le nom se rapproche de celui de Biset, est Charles Bigée, peintre de fleurs au XVIIIe siècle. Il peignait des morceaux décoratifs pour trumeaux avec beaucoup d'effet dans la composition, mais sa couleur est pauvre et sèche. Il avait épousé en premières noces Catherine Le Febure, veuve de Charles de Jonghe, médecin. Le 29 avril 1739, il convola en secondes noces à Saint-Jean avec Jeanne-Marie Cleynaerts. Les comptes communaux de Malines de 1753-54, consignent un payement de 50 florins fait à C. Bigée, pour avoir peint el retouché six tableaux pour une salle à l'hôtel-de-ville.

An artist from Malines whose name is close to that of Biset is Charles Bigée, a flower painter in the 18th century. He painted decorative pieces for penant tables with great effect in the composition, but his colour is poor and dry. His first marriage was to Catherine Le Febure, widow of Charles de Jonghe, a doctor. On 29 April 1739, he had a second marriage in Saint-Jean with Jeanne-Marie Cleynaerts. The municipal accounts of Mechelen for 1753-54 record a payment of 50 florins to C. Bigée for painting and retouching six pictures for a room in the town hall.

Een kunstenaar uit Mechelen wiens naam dicht bij die van Biset staat is Charles Bigée, een bloemenschilder in de 18e eeuw. Hij schilderde decoratieve stukken voor penant tafels met veel effect in de compositie, maar zijn kleur is arm en droog. Zijn eerste huwelijk was met Catherine Le Febure, weduwe van Charles de Jonghe, een dokter. Op 29 april 1739 had hij een tweede huwelijk in Saint-Jean met Jeanne-Marie Cleynaerts. De stadsrekeningen van Mechelen voor 1753-54 vermelden een betaling van 50 florijnen aan C. Bigée voor het schilderen en retoucheren van zes schilderijen voor een zaal in het stadhuis.