Multimedia Art Productions



Scherm­afbeelding 2024-09-10 om 10.12.40
17-08-1756

1708-1756 DULKEN

Keizersgracht 187 te Amsterdam & Louis Dulcken Sr “superbe Koninglyk Cabinet Orgel”
scherm00adafbeelding-2025-01-29-om-16.14.05

De vader van Mathijs Beuning, Christiaan Beuning (1666-1716) verwierf het huis Keizersgracht 187 in 1714 , waarna hij de voorgevel van het pand liet renoveren. Nadat zijn weduwe Geertruijd van den Bosch (1689-1744) was overleden, vererfde het huis op Matthijs Beuning.
De koopman Mathijs Beuning (1707-1755) had in de jaren 1744-1748 het achterhuis laten bouwen en één van twee zalen daarvan ingericht met een uitzonderlijke, rijk gesneden mahoniehouten betimmering. Deze zaal was door een dubbele deur verbonden met een aangrenzende kleinere zaal in het linker gedeelte van het achterhuis. In de tijd van Matthijs Beuning werden in deze twee zalen regelmatig huisbijeenkomsten gehouden door de Amsterdamse Hernhutters. De kern van dit genootschap werd gevormd door de collegianten, waartoe de van huis uit doopsgezinde familie Beuning behoorde. De religieuze belangstelling van Matthijs Beuning komt ook tot uitdrukking in het door Jacob de Wit in 1748 geschilderde schoorsteenstuk in de mahoniehouten zaal, dat de Doop van de Kamerling verbeeldt. Jacob de Clercq (1710-1777), die het huis in 1753 van Matthijs Beuning kocht,
liet vervolgens in de kleine zaal een gigantisch huisorgel aanbrengen. De Zweed Bengt Ferrner noemt dit orgel in zijn reisverslag, nadat hij onder meer op 5 april 1759 bij Jacob de Clercq te gast was geweest.
Een reisverslag geeft de volgende vermelding:
Den 5den April 1759 waren de heer Lefebure en ik ten middagmaal bij den heer Jacob de Clercq, die na den maaltijd ons zijne orgels, die den eenen wand heelemaal besloegen, liet zien en erop speelde voor ons.
Er wordt gesproken over orgels. Jacob de Clercq zal het huis gekocht hebben met een orgel.
Bekend is dat een groep Hernhutters regelmatig voor huisbijeenkomsten samenkwam in de zalen van het woonhuis van Matthijs Beuning, ondermeer om er ‘Singstunden’ te houden. Een cabinet orgel lijkt me dan vanzelfsprekend aanwezig.

orgel-klijne-zaal

In 1777 toen het huis van Jacobus de Clercq aan Nicolaas Gefkens werd verkocht, sprak men in de verkoopakte voor het eerst over een orgel.

PROJECT INFO

advertentie 2

Het grootste bekende orgel dat in 1778 te Amsterdam te koop werd aangeboden en dat jarenlang in de Nederlandse Hervormde kerk te Jutphaas stond, het Dulcken orgel- “superbe Koninglyk Cabinet Orgel”

De advertentie, in de Amsterdamse Courant nummer 9 van 20 januari 1778 luidt:
Uit de hand te koop een ongemeen fraai Huis- of Kerk- orgel, in zijn superbe Noteboome Wortelhoute Cabinet met gebooge Deuren en Snywerk, bestaande het binnenwerk in de volgende Registeren: als Prestant 8 vt., Holpijp 8 vt., Fluit 4 vt., Quintadeen 8 vt., Viool di Gambe 4 vt., Vox Humana 8 vt., Dulciaan 8 vt., Fagot 16 vt., Houbois 8 vt., Gemshoorn 2 vt., Octaaf 4 vt., Octaaf 2 vt., Cornet 3 sterk, Mixtuur 3 sterk, Quint 1 en 1 half vt, Sexquialter 2 sterk, Trembulant, Coppeling c., met twee Clavieren van uitgezogt Paerl D’ Amour en een apart Pedaal, ’t welk man ken aanhangen, zijnde de Registers meest gehalveert. nader onderrigting bij den Organist A. Munnikhuysen, op de Keizersgragt bij de Rheestraat, te Amst.

Dit “superbe Koninglyk Cabinet Orgel” is er nog in ongerestaureerde staat. Mogelijk is het interessant voor het Rijksmuseum om te zorgen dat het orgel weer terug geplaatst wordt naar voorheen grachtenhuis Keizersgracht 187 ‘De Amsterdamse grachtenkamer’: de Beuningkamer in het Rijksmuseum.


Scherm­afbeelding 2025-03-12 om 16.52.21
Scherm­afbeelding 2025-03-14 om 09.58.50

November 1919

Firma Maarschalkerweerd, te Utrecht, werd opgedragen, een nieuw orgel te maken, met behoud van de zeer mooie, met lof- en snijwerk voorziene orgelkast en front van het Dulcken orgel. Het orgel heeft nu een volledig 8 voets front, een klavier, pedaal en de volgende dispositie: prestant 8’, holpijp 8’, gamba 8’, voix celeste 8’, octaaf 4’, bourdon 16’, octaaf 2’, quint 3’, en op het pedaal subbas 16’ (transmissie bourdon 16’).

  1. De oude kast bleef, hoewel verdiept, behouden.

  2. De firma Maarschalkerweerd bouwde het nieuwe orgel.

  3. Blijkbaar is men iets van het ontwerp afgeweken, want in plaats van een doublet komt er in de dispositie een octaaf 2’ en een quint 3’ voor. Dit zijn geen registers die Michael Maarschalkerweerd zou hebben toegepast in die tijd. Er blijkt nergens of er oud pijpwerk is gebruikt. Ook blijkt nergens of de oude dispositie tussen 1819 en 1919 is gewijzigd.