Multimedia Art Productions

Scherm­afbeelding 2025-07-04 om 08.40.15

🇬🇧 English Translation
🇩🇪 Deutsche Übersetzung

IMG_7159

Hoog Wel Eerwaerde Seer Geleerde en Godtzalige Heeren,
Als ouderling vinde [ik] mij verpligt, hier voor deze cruijsgemijnte te staen, zo hoope niet dat D’Eerwaerde Heeren mij qualijk zullen nemen, dit navolgende te communiceren, onsen predicant alhier heeft mij bekent gemaekt, dat zijn woonhuijs zoude verkoght worden, en hij het zelve wilde coopen, van d’hier vergaderde arme-penninge, onaengesien hij zonder mij te kennen is voort gegaen in sijn onbillig pretentie (voornemen), En volgens sijn gezegtens, D’Hoog Eerwaerde Heeren daer over geschreven, en mogelijk qualijk onder=rigt. Zo maeke [ik] in alle ootmoet d’Heeren bekent: dat d’hier liggende arme gelders, niet tot onse predicant zijn Dispositio, maer tot onderhoudt

IMG_7160

van den armen deser gemijnte, alsook voor arme passanten etc. gedistingeert zijn, zo kon niet voor raetsaem bevonden worden, zulke geldene t’emploieren om huyse[n] te coopen, die dagelijks kunnen afbranden, het is genoegk te zien en te beklagen, dat d’armen zoo lang die predicant hier geweest is genoegk benadeelt zijn, het geene niet langer volgens mijn consientie zwijgen kan, in cas (in ’t geval) hij zigh niet met liefde van zulke pretentie laet afwijsen. Twijfelen ook niet of d’Eerwaerde Heeren sullen dit ook niet voor goedt kunnen bevinden, en onse Domine, zo hij d’Eerwaerde Heeren daer verder van sprak, van dat verkeert subject afraden. Want voor d’hier nù verwoonende, zijn hier bequaeme huijsen genoegk voor te vinden.: het gene onse predicant circa 6 a 7 jaeren geleden ook aen d’Eerwaerde Heeren heeft bekent gemaekt, en hem nù ook niet onbewust is, toen heeft hij zig ook aen gekant, tegens alle ordinantien van d’Eerwaerde Heeren.

IMG_7161 2

En sijn goedt Tractament, scheen hem nog niet groot genoegk om sijn opgeleijde huijs hier daer van te betalen, maer gink hene, zonder eene mensh daer in te kennen, en huerde op sijn eijgen autoriteijt om de goede coop, een slegt en onbequaem huijs, boven dees dat eene fout mach genaemt worden, hebben wij kercken Raedt om Rust en vreden te hebben, hem moeten contenteren / 28 gl: te nemen van het aremn geldt, om den toekomende huijs heer mede zoeken af te maecken, want zijn berouw was zelfs groot, over d’onbequaemheit van den plaetsche. Zo geve dit al in overwegingen aen UEd. HoogEerwaerden. Dit is maer copij, maer zoù nogh wel andere zaeken ten voorschijn kunnen brengen, maer ik omhelse de vreden en schadelijk te wezen aen j̀mant is mijn gewoonte niet. Onder toewending van alle het dierbaere van Godes Zegeningen, heb het gelùk met Eerbiet en Hoogachting mij te noemen
Hoog Eerwaarde Heeren
UWed. geringen Dienaer J.D. Dùlcken
Antwerpen, den 29 meij, 1753














DULCKEN – BRIEF 29 MEI 1753
adres: Weleerwaarde Heren Deputaten





Hoog Wel Eerwaerde Seer Geleerde en Godtzalige Heeren,
Als ouderling vinde [ik] mij verpligt, hier voor deze cruijsgemijnte te staen, zo hoope niet dat D’Eerwaerde Heeren mij qualijk zullen nemen, dit navolgende te communiceren, onsen predicant alhier heeft mij bekent gemaekt, dat zijn woonhuijs zoude verkoght worden, en hij het zelve wilde coopen, van d’hier vergaderde arme-penninge, onaengesien hij zonder mij te kennen is voort gegaen in sijn onbillig pretentie (voornemen), En volgens sijn gezegtens, D’Hoog Eerwaerde Heeren daer over geschreven, en mogelijk qualijk onder=rigt. Zo maeke [ik] in alle ootmoet d’Heeren bekent: dat d’hier liggende arme gelders, niet tot onse predicant zijn Dispositio, maer tot onderhoudt
//
van den armen deser gemijnte, alsook voor arme passanten etc. gedistingeert zijn, zo kon niet voor raetsaem bevonden worden, zulke geldene t’emploieren om huyse[n] te coopen, die dagelijks kunnen afbranden, het is genoegk te zien en te beklagen, dat d’armen zoo lang die predicant hier geweest is genoegk benadeelt zijn, het geene niet langer volgens mijn consientie zwijgen kan, in cas (in ’t geval) hij zigh niet met liefde van zulke pretentie laet afwijsen. Twijfelen ook niet of d’Eerwaerde Heeren sullen dit ook niet voor goedt kunnen bevinden, en onse Domine, zo hij d’Eerwaerde Heeren daer verder van sprak, van dat verkeert subject afraden. Want voor d’hier nù verwoonende, zijn hier bequaeme huijsen genoegk voor te vinden.: het gene onse predicant circa 6 a 7 jaeren geleden ook aen d’Eerwaerde Heeren heeft bekent gemaekt, en hem nù ook niet onbewust is, toen heeft hij zig ook aen gekant, tegens alle ordinantien van d’Eerwaerde Heeren.
//
En sijn goedt Tractament, scheen hem nog niet groot genoegk om sijn opgeleijde huijs hier daer van te betalen, maer gink hene, zonder eene mensh daer in te kennen, en huerde op sijn eijgen autoriteijt om de goede coop, een slegt en onbequaem huijs, boven dees dat eene fout mach genaemt worden, hebben wij kercken Raedt om Rust en vreden te hebben, hem moeten contenteren / 28 gl: te nemen van het aremn geldt, om den toekomende huijs heer mede zoeken af te maecken, want zijn berouw was zelfs groot, over d’onbequaemheit van den plaetsche. Zo geve dit al in overwegingen aen UEd. HoogEerwaerden. Dit is maer copij, maer zoù nogh wel andere zaeken ten voorschijn kunnen brengen, maer ik omhelse de vreden en schadelijk te wezen aen j̀mant is mijn gewoonte niet. Onder toewending van alle het dierbaere van Godes Zegeningen, heb het gelùk met Eerbiet en Hoogachting mij te noemen Hoog Eerwaarde Heeren
UWed. geringen Dienaer J.D. Dùlcken
Antwerpen, den 29 meij, 1753



Moderne vertaling (Antwerpen, 29 mei 1753)
Hoogweleerwaarde, Zeer Geleerde en Godvruchtige Heren,
Als ouderling voel ik mij verplicht om op te komen voor deze kruisgemeente. Ik hoop dan ook dat u, weleerwaarde heren, het mij niet kwalijk zult nemen dat ik het volgende aan u overdraag.
Onze predikant hier heeft mij laten weten dat zijn woonhuis verkocht gaat worden en dat hij dit zelf zou willen kopen met het geld uit de hier ingezamelde armenkas. Hoewel hij, buiten mij om, is doorgegaan met deze onredelijke aanspraak en (naar eigen zeggen) de hoogeerwaarde heren hierover heeft geschreven en hen wellicht heeft ingelicht, maak ik de heren in alle nederigheid het volgende bekend: de hier aanwezige armengelden staan niet ter beschikking van onze predikant, maar zijn uitsluitend bestemd voor het onderhoud van de armen van deze gemeente en voor behoeftige reizigers (
passanten).
Het kan dan ook niet raadzaam worden geacht om dergelijke gelden te gebruiken voor de aankoop van een huis, dat immers dagelijks kan afbranden. Het is al erg genoeg om te zien en te betreuren dat de armen, zolang deze predikant hier al is, behoorlijk zijn benadeeld. Dit is iets waarover ik, volgens mijn geweten, niet langer kan zwijgen, mocht hij zich niet in alle liefde van deze aanspraak laten afbrengen. Wij twijfelen er dan ook niet aan of u, weleerwaarde heren, zult dit evenmin goedkeuren, en onze dominee – mocht hij u hier verder over spreken – deze misstap ten zeerste afraden. Want er zijn hier immers genoeg geschikte huizen te huur te vinden voor het bedrag dat hij nu aan huur kwijt is. Onze predikant heeft dit zo'n zes à zeven jaar geleden zelf ook aan u kenbaar gemaakt en is zich hier nu ook terdege van bewust; destijds heeft hij zich eveneens gekeerd tegen alle verordeningen van u, weleerwaarde heren.
Zelfs zijn goede traktement (salaris) leek hem destijds nog niet groot genoeg om de huur van het door hem gekozen huis te betalen. Hij ging toen echter – zonder ook maar iemand daarin te kennen – op eigen houtje over tot de goedkope huur van een slecht en ongeschikt huis. Bovendien stelde hij ons daarmee voor een voldongen feit (
fait accompli). Om de rust en de vrede te bewaren, hebben wij als kerkenraad hem toen moeten compenseren met een bedrag van 28 gulden uit de armenkas om de zaak met de toekomstige huisbaas af te wikkelen; zijn berouw over de ongeschiktheid van de locatie was immers groot.
Ick geef dit alles ter overweging aan uw hoogeerwaarden. Dit schrijven is slechts een afschrift, en ik zou nog wel andere zaken aan het licht kunnen brengen, maar ik kies voor de vrede. Het is immers niet mijn gewoonte om iemand schade te berokkenen.
Onder de toewensing van al het dierbare van Gods zegeningen, heb ik de eer mij met alle respect en hoogachting te noemen,
Hoogeerwaarde Heren, Uw weledelgestrenge, geringe dienaar, J.D. Dulcken





🇩🇪🇬🇧


🇩🇪 Deutsche Übersetzung
Hochehrwürdige, sehr gelehrte und gottesfürchtige Herren,
als Ältester sehe ich mich in der Pflicht, für diese Kreuzgemeinde einzustehen. So hoffe ich denn, dass Sie, hochehrwürdige Herren, es mir nicht verübeln, Ihnen Folgendes mitzuteilen: Unser hiesiger Prediger hat mir gegenüber offengelegt, dass sein Wohnhaus verkauft werden soll und er dieses gerne von den hier gesammelten Armengeldern erwerben möchte. Obwohl er, ohne mein Wissen, mit diesem unbilligen Anspruch fortgefahren ist und – nach eigenen Angaben – den hochehrwürdigen Herren darüber geschrieben und sie womöglich informiert hat, mache ich den Herren in aller Demut Folgendes bekannt: Die hier liegenden Gelder der Armenkasse stehen nicht zur Verfügung unseres Predigers, sondern sind ausschließlich für den Unterhalt der Armen dieser Gemeinde sowie für bedürftige Reisende (Passanten) bestimmt.
Es kann daher keineswegs für ratsam befunden werden, solche Gelder für den Kauf eines Hauses zu verwenden, welches schließlich täglich abbrennen kann. Es ist bereits genug zu sehen und zu beklagen, dass die Armen, solange dieser Prediger hier ist, erheblich benachteiligt wurden. Dies ist etwas, worüber ich nach meinem Gewissen nicht länger schweigen kann, sollte er sich nicht in aller Güte von diesem Anspruch abbringen lassen. Wir zweifeln auch nicht daran, dass Sie, hochehrwürdige Herren, dies ebenfalls nicht gutheißen werden und unseren Pfarrer – sollte er Sie weiterhin darauf ansprechen – von diesem verfehlten Vorhaben abbringen. Denn für die Miete, die er derzeit bewohnt, sind hier wahrlich genug geeignete Häuser zu finden. Dies hat unser Prediger vor etwa 6 bis 7 Jahren den hochehrwürdigen Herren selbst mitgeteilt und es ist ihm auch jetzt nicht unbekannt; damals hat er sich ebenfalls gegen alle Verordnungen der hochehrwürdigen Herren aufgelehnt.
Auch sein gutes Traktament (Gehalt) schien ihm damals noch nicht groß genug zu sein, um das von ihm gewählte Haus davon zu bezahlen. Er ging jedoch hin, ohne auch nur eine Menschenseele darüber zu informieren, und mietete in eigener Eigenmächtigkeit wegen des günstigen Preises ein schlechtes und ungeeignetes Haus. Zudem stellte er uns damit vor ein vollendetes Faktum (
fait accompli). Um Ruhe und Frieden zu bewahren, mussten wir als Kirchenrat ihn schließlich entschädigen, indem wir ihm 28 Gulden aus der Armenkasse gaben, um die Angelegenheit mit dem zukünftigen Hauswirt beizulegen; denn seine Reue über die Unzulänglichkeit des Ortes war selbst groß. So gebe ich dies alles zur Erwägung an Ihre Hochehrwürden. Dies ist zwar nur eine Abschrift, und ich könnte noch wohl andere Dinge ans Licht bringen, aber ich wähle den Frieden. Es ist nämlich nicht meine Gewohnheit, jemandem Schaden zuzufügen.
Unter dem Zuspruch aller kostbaren Segnungen Gottes habe ich die Ehre, mich mit tiefem Respekt und Hochachtung zu nennen:
Hochehrwürdige Herren, Ihr wohledelgeborener, geringer Diener,
J.D. Dulcken
Antwerpen, den 29. Mai 1753


🇬🇧 English Translation

Reverend, Most Learned, and Godly Gentlemen,
As an elder, I find myself duty-bound to stand up for this church under the cross (
kruisgemeente). Therefore, I hope that you, Reverend Gentlemen, will not take it amiss that I communicate the following to you. Our preacher here has informed me that his residence is to be sold, and that he wishes to purchase it using the poor-funds collected here. Although he has proceeded with this unreasonable claim without consulting me, and—according to his own words—has written to and perhaps informed the Reverend Gentlemen about it, I make known to the Gentlemen in all humility: the poor-funds kept here are not at our preacher’s disposal, but are strictly for the maintenance of the poor of this congregation, as well as for needy travelers (passants).
Consequently, it cannot be deemed advisable to employ such funds to purchase a house, which could catch fire any day. It is already visible and regrettable enough that the poor have been sufficiently disadvantaged for as long as this preacher has been here. This is something that, according to my conscience, I can no longer remain silent about, unless he allows himself to be turned away from such a claim in a spirit of love. Nor do we doubt that you, Reverend Gentlemen, will likewise find this unacceptable, and that you will dissuade our pastor from this misguided course of action, should he speak to you further about it. For regarding the rent he currently pays, there are plenty of suitable houses to be found here. Our preacher himself made this known to the Reverend Gentlemen about 6 or 7 years ago and is well aware of it now; at that time, he also opposed all ordinances of the Reverend Gentlemen.
Even his handsome stipend (salary) did not seem large enough to pay for his designated house out of it. Instead, without informing a single soul, he went ahead on his own authority to rent a poor and unsuitable house merely because it was cheap. Furthermore, he presented us with a voldonged fact (
fait accompli). In order to maintain peace and harmony, we as the church council had to satisfy him by granting 28 guilders from the poor-fund to settle the matter with the future landlord, for his own regret regarding the unsuitability of the location was great. I submit all of this to the consideration of your Reverences. This is merely a copy, and I could bring other matters to light, but I embrace peace. It is not my custom to cause harm to anyone.
Commending you to all that is precious of God’s blessings, I have the honor to remain with all respect and high esteem,
Reverend Gentlemen, Your most humble servant,
J.D. Dulcken
Antwerp, May 29, 1753