Multimedia Art Productions

Scherm­afbeelding 2025-07-04 om 08.40.15

🇬🇧 English Translation
🇩🇪 Deutsche Übersetzung


Scherm­afbeelding 2026-07-11 om 11.44.10
=ten onder Joffr: de wed: hermans cooreman der geverts
huijsinge & dewelcke aldaer actieff nogh ledightgeunliggende
bij faute van occasie om soo een geringe somme behoorev:

te connen aenleggen & gemerckt die sélve ts: haeren
cooren stiel van het clavescimbel maecken den welcken
sij met hulpe van haeren sone & behout sone respective
(Opmerking bij de transcriptie: "ledightgeunliggende" is een wat slordig geschreven variant van "ledig en onnut liggende" (ongebruikt liggen). "ts: haeren cooren stiel" staat voor "tot haren verkoren stiel/korenstiel" (haar voornaamste of gekozen beroep). "behout sone" betekent schoonzoon).

Modern Nederlands
...onder Juffrouw de weduwe van Hermans Cooreman, in de voorschreven huizinge (woning), en dewelke aldaar momenteel nog ongebruikt ligt bij gebrek aan de gelegenheid om zo'n geringe som naar behoren te kunnen aanwenden; en gemerkt dat dit dezelfde [som/materialen] betreft tot haar gekozen beroep van het klavecimbel maken, hetwelk zij met behulp van haar respectievelijke zoon en schoonzoon... (Johannes en Jean Hermanus Faber)
Modern English
...under Miss, the widow of Hermans Cooreman, in the aforementioned house, and which currently still lies there unused due to the lack of opportunity to properly invest such a small sum; and considering that this concerns her chosen trade of harpsichord making, which she, with the help of her respective son and son-in-law.

  • Scherm­afbeelding 2026-07-11 om 11.21.51

  • is exercerende binnen dese Stadt geheel afgeraeden;

=eerst haer alsoo met den soon begeven heeft binnen
de Stadt brussel alwaer merckelijck meer debiet jnden
selven stiel is & dat sy verhopt aldaer meerder progres=
=sen te sullen maecken Doch onvoorsien synde
van
eenighe contante penn: tot het coopen van hout &
materialen. als hebb: met hetgene door haer ontfan:


...het uitoefenen [van het beroep] binnen deze stad geheel is afgeraden; [zij] zich daarom eerst met haar zoon heeft begeven naar de stad Brussel, alwaar er merkelijk meer debiet (afzet/vraag) in diezelfde stiel (ambacht/beroep) is, en dat zij verhoopt aldaar meer progressie (vooruitgang) te zullen maken. Doch onvoorzien zijnde van enige contante penningen (geld) voor het kopen van hout & materialen, als hebbende met hetgeen door haar ontvangen...


..[she] was completely advised against practicing [her trade] within this city; [and] has therefore first gone with her son to the city of Brussels, where there is noticeably more demand/turnover in that same trade, and where she hopes to make greater progress. However, being unprovided with any cash for the purchase of wood and materials, having [spent/done] with what was received by her..

PK#854_001
F29E93CF-90B1-4AAD-8236-3B786F6E6AE2_1_201_a
PK#854_002

Dit is een belangrijk archivalisch document voor de instrumentenbouwgeschiedenis van de familie Dulcken. Het betreft een rekwest (verzoekschrift) ingediend op 25 januari 1764 door Susanne Maria Knöpffell, de weduwe van de beroemde klavecimbelbouwer Joannes Daniel Dulcken.
Uit de tekst blijkt dat zij na het overlijden van haar man de werkplaats heeft verplaatst van Antwerpen naar Brussel, omdat daar een grotere afzetmarkt (
"debit") was voor klavecimbels. Zij zet hier de ambachtelijke familietraditie ("stiel van het Clavecimbel maecken") voort met de hulp van haar zoon (Johannes) en haar behuwd zoon (schoonzoon). Zij vraagt de schepenen om toestemming om 300 gulden wisselgeld (afkomstig uit de verkoop van een huis in Antwerpen) vrij te maken voor de aankoop van hout en materialen voor de bouw van instrumenten in Brussel.

🇬🇧 English Translation
This is an important archival document relating to the history of instrument-making by the Dulcken family. It is a petition submitted on 25 January 1764 by Susanne Maria Knöpffell, the widow of the harpsichord maker Joannes Daniel Dulcken.
The text reveals that, following her husband’s death, she moved the workshop from Antwerp to Brussels, as there was a larger market (‘debit’) for harpsichords there. She continued the family’s craft tradition (‘stiel van het Clavecimbel maecken’) with the help of her son (Johannes) and her married son (son-in-law). She asks the aldermen for permission to release 300 guilders in cash (from the sale of a house in Antwerp) for the purchase of wood and materials for the construction of instruments in Brussels.

🇩🇪 Deutsche Übersetzung
Dies ist ein wichtiges Archivdokument für die Geschichte des Instrumentenbaus der Familie Dulcken. Es handelt sich um eine Petition, die am 23. Januar 1764 von Susanne Maria Knöpffell, der Witwe des Cembalobauers Joannes Daniel Dulcken, eingereicht wurde.
Aus dem Text geht hervor, dass sie nach dem Tod ihres Mannes die Werkstatt von Antwerpen nach Brüssel verlegt hat, da es dort einen größeren Absatzmarkt („debit“) für Cembalos gab. Dort führt sie die handwerkliche Familientradition („stiel van het Clavecimbel maecken“) mit Hilfe ihres Sohnes (Johannes) und ihres Schwiegersohns (Schwiegersohn). Sie bittet die Schöffen um die Erlaubnis, 300 Gulden Wechselgeld (aus dem Verkauf eines Hauses in Antwerpen) für den Kauf von Holz und Materialien für den Instrumentenbau in Brüssel freizugeben.




1. Modern Nederlands
Toont eerbiedig aan Juffrouw Maria Knöpffell, weduwe en aangewezen erfgename van wijlen de heer Joan Daniel Dulcken, tevens testamentair voogdes over de drie nog minderjarige kinderen die zij bij haar voornoemde overleden man heeft achtergelaten.
Zij zet uiteen dat zij, na het overlijden van haar echtgenoot, de uitoefening van het
ambacht van het klavecimbel maken — welk zij met de hulp van respectievelijk haar zoon (Johannes) en haar behuwd zoon (schoonzoon) uitvoert — geheel heeft verplaatst naar de stad Brussel, aangezien daar een grotere afzetmarkt ("debit") voor dit ambacht is en zij hoopt daar grotere vooruitgang te boeken.
Omdat zij echter momenteel niet beschikt over voldoende contant geld voor de aankoop van hout en materialen, en aangezien zij met de eerdere opbrengsten uit de verkoop van hun huis in Antwerpen (verkocht aan de weduwe Heymans) al haar openstaande schulden en kosten binnen die stad volledig heeft betaald — zodat niemand in Antwerpen nog iets van haar te vorderen heeft — verzoekt zij om het kapitaal van 300 gulden wisselgeld dat nog gereserveerd staat voor haar drie minderjarige kinderen, te mogen lichten en ontvangen. De oudste van de kinderen (24 jaar) stemt hier reeds mee in, wetende dat hun moeder hiermee direct in staat wordt gesteld haar onderneming met succes voort te zetten.
Aangezien de weduwe Heymans dit bedrag niet wil uitkeren zonder rechterlijke machtiging, wendt de bepleitster zich tot uw heren (de Schepenen) met het deemoedige verzoek haar te autoriseren deze som van 300 gulden te ontvangen tegen kwijting.
Gedaan, 25 januari 1764.


🇬🇧 English Translation

Respectfully shows Miss Maria Knöpffell, widow and designated heir of the late Mr. Joan Daniel Dulcken, as well as testamentary guardian over the three still minor children left behind by her aforementioned deceased husband.
She explains that following the death of her husband, she has entirely relocated the practice of the
craft of harpsichord making—which she carries out with the help of her son (Johannes) and son-in-law respectively—to the city of Brussels, as there is a greater market demand ("debit") for the said craft there, and she hopes to achieve greater progress there.
However, being currently unprovided with ready cash for the purchase of wood and materials, and since she has fully paid off all her passive debts and expenses within the city of Antwerp using the previous proceeds from the sale of their house (sold to the widow Heymans)—meaning no one in Antwerp has any further claims against her—she requests to withdraw and receive the sum of 300 guilders (specie/exchange money) currently held for her three minor children. The eldest of the children (24 years old) already consents to this, well knowing that their mother will thereby immediately be enabled to successfully carry on her business.
Since the widow Heymans refuses to release the said sum unless the petitioner is authorized by your honors (the Magistrates/Aldermen), she dejectedly turns to you, humbly praying that you please authorize her to receive the said sum of 300 guilders against a proper receipt.
Dated, 25 January 1764.



🇩🇪 Deutsche Übersetzung
Es zeigt ehrerbietig Jungfer Maria Knöpffell, Witwe und eingesetzte Erbin des verstorbenen Herrn Joan Daniel Dulcken sowie testamentarische Vormundin über die drei noch minderjährigen Kinder, die sie mit ihrem vorgenannten verstorbenen Ehemann hinterlassen hat.
Sie legt dar, dass sie nach dem Ableben ihres Ehegatten die Ausübung des
Handwerks des Cembalobaus — welches sie mit Hilfe ihres Sohnes (Johannes) beziehungsweise ihres Schwiegersohns (behuwt sone) betreibt — gänzlich in die Stadt Brüssel verlegt hat, da dort ein größerer Absatzmarkt ("debit") für dieses Handwerk besteht und sie hofft, dort größere Fortschritte zu machen.
Da sie jedoch derzeit über kein Bargeld für den Kauf von Holz und Materialien verfügt, und da sie mit den früheren Erlösen aus dem Verkauf ihres Hauses in Antwerpen (verkauft an die Witwe Heymans) all ihre offenen Schulden und Kosten innerhalb jener Stadt vollständig bezahlt hat — sodass niemand in Antwerpen mehr etwas von ihr zu fordern hat —, bittet sie darum, das Kapital von 300 Gulden Wechselgeld, das noch für ihre drei minderjährigen Kinder reserviert ist, abheben und entgegennehmen zu dürfen. Das älteste der Kinder (24 Jahre alt) stimmt dem bereits zu, da es wohl weiß, dass ihre Mutter dadurch sogleich in die Lage versetzt wird, ihr Unternehmen erfolgreich fortzufahren.
Da die Witwe Heymans diesen Betrag ohne gerichtliche Ermächtigung nicht auszahlen will, wendet sich die Bittstellerin an Ihre Herren (die Schöffen) mit der demütigen Bitte, sie zu autorisieren, diese Summe von 300 Gulden gegen Quittung in Empfang zu nehmen.
Gegeben, den 25. Januar 1764.