Multimedia Art Productions


Scherm­afbeelding 2026-02-10 om 20.20.03
Scherm­afbeelding 2025-12-17 om 11.26.08

DEUTSCH
ENGLISH

Georg Kurschus, predikant

Over de geschiedenis van het orgel in de Nikolaikirche in Siegen


De eerste vermelding van een orgel in de Nikolaikirche vinden we in de stadsrekeningen van Siegen uit 1515/16. Daar staat: "... toen deze burgemeesters de bouwmeesters geld leenden voor het orgel, omdat de bouwmeesters en kerkmeesters geld nodig hadden om het nieuw begonnen orgel in Sanct Niclas te bouwen, hebben deze burgemeesters, met medeweten van de schepenen en de raad, 36 gulden geleverd voor de bouw van dit orgel. ... Op dinsdag na Conglättet)

Volgens de stadsrekening van 1516/17 werd uitgegeven: “Voor nieuw orgel, kerktoren en school ... 56 gulden 6 albus. Stadsschrijver en organist Thomas Laer.”

Het volgende, ditmaal trieste nieuws over het orgel duikt op in de stadsrekeningen van 1555/56: “Maandag na Maria-Lichtmis (d.w.z. 3 februari) is op bevel van onze genadige heer het orgel in de Sint-Niklaaskerk afgebroken.” Dit hield verband met de invoering van de gereformeerde geloofsbelijdenis in Siegen.
Huldrych Zwingli, de reformator uit Zürich, verwierp elke vorm van zang in de kerk. Hij vond dat de apostel ons leerde dat God alleen met het hart geprezen moest worden, niet met de stem. In Zürich werd het zingen door de gemeente volledig uit de kerkdiensten verbannen. Andere gemeenten volgden later dit strenge verbod. Als gevolg daarvan werden in veel gemeenten ook de orgels uit de kerken verwijderd. Een instrument zonder woorden had geen plaats in de kerk van het Woord – zo werd de orgelstorm gerechtvaardigd, waarbij veel waardevolle orgels ten prooi vielen. De Synode van Dordrecht van 1574 besloot voor de gereformeerde gemeenten van Nederland en de Nederrijn om orgelmuziek in de kerkdienst in principe te verbieden.

De Nikolaikirche was van 1530 tot 1626 de kerk van eerst de lutherse en daarna de gereformeerde gemeente. In 1626 werd de kerk toegewezen aan de katholieke gemeente en was tot 1650 katholieke parochiekerk. De katholieke gemeente liet in 1636 door een zekere meester Hieronymus Ruprecht uit Keulen een nieuw orgel bouwen. In een oude notitie staat: “Anno 1637, op 6 september, werd het orgel in de Sint-Nikolaaskerk voor het eerst bespeeld ...”. In 1638 wordt in het raadsboek van Siegen een organist Petrus Meiensus genoemd

Toen de Nikolaikirche in 1650 aan de gereformeerde gemeente werd overgedragen, ontstonden er geschillen over het eigendom van het orgel. In een rapport staat: “... op 19 december, toen de jezuïeten het orgel uit de hoofdkerk wilden halen, ontstond er tumult en een opstand onder de gereformeerde burgers.” Het orgel werd uiteindelijk door de keizerlijke commissarissen toegewezen aan de katholieke gemeente. De katholieke gemeente liet het orgel afbreken. Het werd in 1654 in de toenmalige Sint-Johanniskerk ingebouwd door de bouwer Hieronymus Ruprecht uit Keulen.

In een rekening “de Anno 1652 biß 1658” wordt melding gemaakt van een “groot en klein orgel in de Sint-Nicolaaskerk”. Blijkbaar was er tijdelijk een positief orgel geplaatst. Uit de stadsrekeningen weten we dat er sinds 1656 collectes werden gehouden voor een nieuw orgel in de Nikolaikirche. In 1658 ontvangt een burger van Siegen,
Daniel Niederndorf, kostgeld voor een orgelbouwer. Dus sinds 1658 had men waarschijnlijk weer een groot orgel in de Nikolaikirche. Als organisten op dit orgel worden een zekere Valentin Rod en een zekere rector Dülcken genoemd. Aangenomen mag worden dat prins Johann Moritz, die de gemeente de prachtige doopschaal en de zilveren communievaatjes schonk en die ook in de jaren tot 1658 de Nikolaikirche op eigen kosten liet renoveren, aanzienlijke middelen heeft bijgedragen aan de bouw van een nieuw orgel. De naam van de orgelbouwer is helaas niet bekend.

Scherm­afbeelding 2025-12-17 om 12.08.03

Johann Moritz richtte zich op een carrière in Nederland, waar familieleden hoge posities bekleedden. De politieke en militaire situatie en de bloeiende economie van de jonge republiek boden goede vooruitzichten. Als zestienjarige trad hij toe tot een cavalerieregiment en maakte vervolgens carrière als officier. In de oorlog tussen Spanje en de Republiek, die in 1621 opnieuw oplaaide, nam hij onder andere deel aan de belegering van Schenkenschanz (1635/1636). In die tijd begon hij ook met de bouw van zijn stadspaleis ‘Mauritshuis’ in de residentie Den Haag.


"Gezicht op het Mauritshuis"
Gezicht op het Mauritshuis
Jan de Bisschop, 1648 - 1671
Gezicht op het Mauritshuis vanuit de tuin van Constantijn Huyghens de Jonge. RIJKSMUSEUM

Uit een brief d.d. 2 oktober 1679 van Constantijn Huygens aan Johan Maurits blijkt dat er een orgel in het Mauritshuis aanwezig is.

Samenvatting: Constantijn Huygens verzoekt Johan Maurits namens Hacquart of laatstgenoemde diens zaal met het orgel daarin mag gebruiken om er concerten te geven. Huygens somt vervolgens de resultaten van zijn eigen werkzaamheden op het gebied van de muziek en de poëzie op.




We weten dat er in 1689/90 een nieuw Nikolai-orgel werd gebouwd.
Een oude kroniek, geciteerd in de Siegener Zeitung van 25 juli 1877, vermeldt: "In het jaar 1689 werd de hoofdkerk hier in St. Nicolai van binnen gebouwd, evenals het nieuwe orgel dat daarin werd gemaakt door een
meester uit Dortmund, genaamd Alberti, die volgens de overeenkomst daarvoor 550 Rthlr. ontving voor de balgen, windlade en pijpen. De houten structuur werd gemaakt door de oude Crüdelbach, die daarvoor 100 Rthlr ontving. Het heeft 14 registers, waaronder een voetregister Gedackt." Dit orgel had, zoals Heinrich Zipp, jarenlang organist in de 19e en 20e eeuw, wist, de volgende dispositie:

dispositie orgel Nicolai

Er ontbrak een zelfstandig pedaal; deze waren aan het betreffende manuaal gekoppeld.

Dit orgel werd in 1769 gerepareerd door Johann Gottlieb Hausmann uit Siegen.

Op 3 januari 1791 diende Johann Christian Kleine uit Freckhausen een ‘verbeteringsplan’ voor dit orgel in.




Scan
Scan 13

Scan 0
Scan 1
Scan 2
Scan 3
Scan 4

Scan 5
Scan 6

Scan 7
Scan 8
Scan 9
Scan 10

Scan 11


Scan 12