Multimedia Art Productions


Scherm­afbeelding 2025-12-29 om 21.05.50


Johannes Daniël Dulcken (1706 – 1757)
Hans Meijer - Henk Poelarends
startlogo wingesh-2
Evangelische Kirche Wingeshausen


Johannes Daniël Dulcken wordt op 21 april 1706 geboren in Wingeshausen, Grafschaft Berleburg (D), in het gezin van George Ludwig Dülcken (geb.1679) en Margarete Dülcken (geb. Ebenhardi 1684).

Duelcken_Johann_Daniel_Taufe-4
foto Dr. Johannes Burkardt

Taufeintrag von Johann Daniel Dülcken - transcriptie Dr. Johannes Burkardt & fotograaf Albert Ludolf 1894

Eodem Ich Georg Ludwig Dülcken einen
Jungen sohn tauffen laßen, gevatter:
mein Schwager
Johan Daniel Eberhardi
Inspector zu Siegen
mein Bruder Johan Leopold Dülcken, Prae=
ceptore 4 et 3ter Classis in Bremen
mein schwester Anna Catharina.
Ist genant
Johan[n] Daniel.
Scherm­afbeelding 2025-12-19 om 10.42.16
Wingeshausen foto's Dr. Johannes Burkardt & fotograaf Albert Ludorff 1894


IMG_7925
Mannus Riedesel (1662–1726)

De pastorie van Riedesel, links de Radebach
fotograaf Grobbel Fredeburg 1913 & fotograaf Albert Ludorff 1894

Georg Ludwig Dülcken - Wingeshäuser Pfarrhaus (1705/1914) - Dr. Johannes Burkardt

In 1705 verhuisde de in Berleburg geboren predikant Georg Ludwig Dülcken – zoon van de Berleburger predikant Eberhard Dülcken en Maria Leehr – naar Wingeshausen. De familie Dülcken kwam in een een pfarrerhaus gebouwd in 1705 door bouwmeester Riedesel te wonen. De oude pastorie stond negentig jaar in Wingeshausen en werd in 1709 afgebroken en verkocht aan Diedenshausen. Het Diele Haus staat daar nog steeds in Diedenshausen.

IMG_8339
Diedenshausen



De geestelijke gaf daar in 1724 opdracht voor de bouw van het eerste orgel door orgelbouwer
Johann Caspar Kirchner.

wingeshausen orgel
Rekening voor het Casper Kirchner orgel - transcriptie Dr. Johannes Burkardt

Der Orgellmacher Caspar Kirchner Hat empfangen laut dem mit Ihm gemachten Vergleich, samt sei=Den Gesellen 228 r[eichs]th[a]l[e]r, tut
Vermöge Accords u[nd] quitt[ung] vom 14 t[en] may 1725, so H[err] Dülck[en] hatt.

Scherm­afbeelding 2025-08-16 om 14.27.18


Van de zonen van de dominee van Wingeshausen waren het Johann Daniel en
Carl Wilhelm Dülcken die al snel ook als instrumentenbouwers aan de slag gingen. In 1771 wordt er in de Gazette van Gend een clavecimbel door J.D. Dulcken gebouwd aangeboden.

"Ten Sterfhuyze van d'Heer Joseph de Jonghe, overleden Bailliu binnen de Stad van Dixmuyde, is er te koopen uyt'er hand eene zeer schoone Clavecine gemaekt door J. D. DULCKEN in het jaer 1723, lang acht voeten, bestaende in dry Registers, te weten: twee Unisons, ende eene Octave; zynde van onder tot boven zeer sterk ende aengenaem, het Clawier is van vyf volle Octaven, beginnende van onder met Fa, ende eyndigende boven met den zelven Toon, het Clawier is ook konstig ende kostelyk, de platte Тооnеn zwart, ende de Deesen met de Bemols wit, de Kasse, gereserveert de Tafel om de resonnantie niet te beletten, zeer schoon geschilderd ende verguld, met eene Schilderye in het Deksel om de Tafel te conserveren voor alle nattigheyd. Item aldaer noch te koopen een goed en wel geconditioneerd Orgelken, zeer bequaem om in eene kleyne Kerke, ofte in een Concert. Die пае de zelve twee musicale Instrumenten gadinge hebben, konnen hun adresseren aen d'Heer Antbone Peellaert, Oud-Schepenen tot het voorzeyd Dixmuyde." Gazette van Gend, Waerschouwingen, 31/01/1771

31-01-1771*



Het spreekt voor zich dat de gebroeders Dülcken ook aan het orgel in hun geboorteplaats Wingeshausen werkten. Voor het huidige orgelonderzoek heeft dit als nadeel dat er geen officiële plannen en aanvragen zijn ingediend, omdat alles direct binnen de familie kon worden geregeld. Vanuit hedendaags perspectief is de orgelgeschiedenis van Wingeshausen in de 18e eeuw dan ook helaas erg vaag. In latere verslagen staat dat de gebroeders Dülcken het orgel van Wingeshausen zelf zouden hebben gebouwd. Vanuit hedendaags perspectief kunnen we dat niet meer bevestigen. Misschien hebben ze alleen maar actief meegeholpen bij de bouw van het orgel door Kirchner in 1724 en hebben ze in de daaropvolgende jaren voor het onderhoud van het orgel gezorgd. Na het vertrek van Johann Daniel Dülcken naar Maastricht 1734 lijkt het orgel echter niet meer in zo'n goede staat te zijn geweest, aangezien er in de daaropvolgende decennia herhaaldelijk klachten waren over de slechte staat van het instrument.
In oktober 1724 werden pastoor Georg Ludwig Dülcken uit Wingeshausen en organist Johann Conrad Diehl uit Netphen naar Heinsberg geroepen om het orgel te inspecteren en de gebreken vast te stellen.

georg Ludwig*
pastor Dulcken

Terwijl Carl Wilhelm Dülcken zijn hele leven in Berleburg woonde en daar in 1756 overleed, ging zijn broer Johann Daniel in 1734 naar Maastricht en in 1737/1738 naar Antwerpen.

In een enquête van het superintendentuur 1823 geeft de pastoor van Wingeshausen aan dat er een orgel met 1 klavier en pedaal met 14 registers aanwezig is. Hij schrijft hierover:
"Eberhard Dülken, de hier overleden pastoor, zou in 1733 de pijpen hebben gegoten en een bouwer genaamd Schulze uit Becker-Haus zou het timmerwerk hebben verricht. Het orgel verkeert nu in slechte staat en heeft een ingrijpende reparatie nodig. Het is tot nu toe gerepareerd door verschillende orgelbouwers, wier namen echter niet meer bekend zijn, en het geld is bij gebrek aan fondsen door de inwoners ingezameld." * (Eberhard Dülken was al overleden in 1699 dus de pastoor bedoelde George Ludwig Dülcken)

orgel & pijpen Dulcken
1823 - Eberhard Dülken, dahier verstorbener Pfarrer, soll im Jahr 1733 die Pfeifen gegossen…..
Orgel fotograaf Albert Ludorff 1894 - rekening foto Dr Johannes Burkhardt

Complete

-1823: Auf eine Umfrage der Superintendentur hin gibt der Wingeshäuser Pfarrer an, es sei eine Orgel mit 1 „Claviatur“ und Pedal mit 14 Registern vorhanden. Dazu schreibt er:
„Eberhard Dülken, dahier verstorbener Pfarrer, soll im Jahr 1733 die Pfeifen gegossen, und ein Bauer namens Schulze aus Becker-Haus von hier die Schreinerarbeit verfertiget haben. Sie ist jetzt in einem schlechten Zustande, und bedarf einer bedeutenden Reparatur. Von mehreren Orgelbauern, deren Namen aber nicht mehr bekannt sind, wurde sie bisher reparirt, und das Geld, aus Mangel an Fonds, von den Einwohnern erhoben.“ (Archiv des Ev. Kirchenkreises Wittgenstein, Generalakten der Superintendentur 143).


transcriptie Dr. Johannes Burkardt


† George Ludwig
Compleet
Foto & transcriptie Dr. Johannes Burkardt
„Herr Görg Ludwig Dülcken, bisheriger Pfarrer zu Wingeshausen, ist d[en]
21
t[en] Augusti verstorben und d[en] 24t[en] ej[us]d[em] 1752 daselbst in die Kirch
begraben worden, nachdem er von 1705 an daselbst gestanden.“




Op 17 dec. 1733 trouwt Johann Daniel in Sankt Goar met Susanne Maria Knopffllin ( Knopffel). (ged. 11 sept. 1706).

1.
Doop van Susanna Maria Knöpffel, dochter van Johann Conrad Knöpffel, Proviant-Commissair en Stift-Kellner in St. Goar, op 11 september 1706
(Archiv der Evangelischen Kirche im Rheinland, Boppard, KB 149/1 (St. Goar ref.), p. 149.)

Scherm­afbeelding 2025-08-15 om 13.25.14
Taufeintrag Susanna Maria Knöpfel - transcriptie Dr. Johannes Burkardt
Compleet


Den 11 t[en]
[Novem]bris wurde Don[n]erstag Nachmittags zwisch[en] 12 u[nd] 1 Uhren
nach gehaltener
Beth=Stunde in öffentl[icher] Versam[m]lung getaufft Susanna Maria,
H[errn] Johann Conrad Knöpffels, Proviant-Com[m]issarii u[nd] Stiffts=
Kellners allhier Töchterlein. Gevattern waren Herr
Oswald
Wollff, Nachgänger am hiesigen Hoch=Fürstl[ichen] Gesam[m]t-Rhein=
Zoll, u[nd] Fr[au]
Maria Barbara, H[errn] Samuel Kellers, Stadt=
Lieutenants allhier ehel[iche] Hauß-Frau, wie auch H[errn] Pfarrers Geissel
Fr[au] Eheliebste von Wollroda
des H[errn] Vatters Schwester.*

* Die letzten 12 Wörter mit blasserer Tinte später nachgetragen.

Conrad Knöpfel, geboren in Wolfershausen in 1662, ingeschreven aan de universiteit van Marburg in 1680, werd provisiecommissaris in het Hessische fort Rheinfels bij St. Goar.
Conrad Knöpfel trouwde Regina Magdalena Dirx op 29. April 1695. Conrad Knöpfel stierf voor 1721.

trouwen Johan Conrad
Archiv der Evangelischen Kirche im Rheinland, Boppard - Heirat von Conrad Knöpfel und Regina Magdalena Dirx am 29. April 1695 (KB 149/1, S. 255)

BurgRheinfels1607
Burg Rheinfels bij St. Goar

2.
Huwelijk van de koopman en handelaar Johann Daniel Dülcken, zoon van de predikant Dülcken zu Wingeshausen in het graafschap Berleburg, met Susanna Maria Knüpfelin, dochter van de overleden Proviant-Commissair en Stift-Kellner Johann Conrad Knüpfel, op 17 december 1733
(Voor de huwelijksinschrijving van 1733 staat er: Archiv der Evangelischen Kirche im Rheinland, Boppard, KB 149/1 (St. Goar ref.), p. 287.)

Scherm­afbeelding 2025-08-15 om 13.23.22
2. Heiratseintrag Johann Daniel Dülcken und Susanna Maria Knüpfelin transcriptie Dr. Johannes Burkardt
Compleet

17. [Decem]ber * Sindt H[er]r Johann Daniel Dülcken, Kauff- u[nd] Handels=mann,
H[errn] Pfarrers Dül=
ckens zu Winches=hausen (sic!) in der Graffschafft Berlenburg
Ehel[icher] Sohn, u[nd] J[ung]fer
Susanna Maria Knüpfelin, des weyland H[errn] Johann Conrad Knüpfels
gewesenen
proviant=Com[m]issarii u[nd] Stiffts=Kellers allhie,
nachgelasene Ehel[iche]
Tochter,
copuliret u[nd] den 23 t[en] augusti hui[us] anni zum
I stenmal p[ro]clamiret word[en].

* Darunter Eintrag mit blasserer Tinte, aber von gleicher Hand: „16. hui[us] de infra. N[ota] B[ene].“







Zicht_op_de_Markt_in_Maastricht_(toeschrijving_J_de_Beijer,_ca_1740)

Maastricht, the Netherlands. View of the Markt (market square) and town hall. Drawing attributed to Jan de Beijer, ca 1740, in the collection of the Museum Boymans Van Beuningen, Rotterdam.


Maastricht

Het jonge paar verhuist rond 1734 naar Maastricht waar hun zoon Johan Lodewijk geboren wordt (ged.15 april 1735). In oktober 1736 verhuizen ze naar een huis gelegen aan De Munt, dat “Het Gulde Cruijs” heet. Het huis ligt tussen ”Het Gulden Hooft” en ”Den Swerten Rave“. Ze huren het huis van Maria Catharina Bijen voor een periode van zes jaar. In dit grote pand runnen Daniël en zijn vrouw een winkel in levensmiddelen, een grutterij. Waarschijnlijk drijft Susanne de winkel terwijl Daniël zijn tijd besteedt aan het bouwen van klavecimbels. In verschillende akten wordt hij koopman genoemd. Daar wordt hun dochter Joanna Henriette geboren. (ged. 10 febr.1737)
Het jonge gezin heeft in Maastricht geldzorgen, de schulden lopen op en rond de jaarwisseling 1737/38 vertrekken ze naar Antwerpen. In “Het Gulde Cruijs” laten ze een gedeelte van de inboedel achter dat door de Magistraat geveild wordt om de schuldeisers tegemoet te komen. Deze stelt Johan Guichard aan als curator over “den desolate boedel van den absenten Jan Daniël Dulcken”. Schuldeisers zijn: zijn neef Gerhart Prescher die hem 300 gulden leende, met zijn broer Jan Christiaan Dulcken als borg, de weduwe van burgemeester Hesselt van Dinter die hem 600 gulden leende, de familie Bijen vanwege een huurachterstand van negen maanden. Ook meldt zich een koopman uit Amsterdam, Gerard Katers die recht heeft op 410 gulden, als kosten van goederen en voor taxatiekosten
Op 20 juni 1738 gaat men “Het Gulden Cruijs” binnen om alle goederen te
taxeren. Uit het taxatierapport blijkt dat er veel tafels en stoelen staan. De winkelinventaris bestaat o.a. uit een toonbank, een grote ijzeren balans met zes schalen, tinnen maatbekers en een tabaksmolen. Verder veel vaten, dozen, oliekuipen en vaten met tabak, enz. Ook vindt men twee violen zonder snaren en een trompet. Duidelijk is dat Daniël alles wat te maken heeft met de bouw van klavecimbels meegenomen heeft naar Antwerpen. Alleen een schaafbank blijft achter.
Het jonge gezin verhuist in 1738 in armoedige omstandigheden. De schuldeneisers uit Maastricht zitten hen op de nek. Telkens ontvangen ze
brieven van de curator in Maastricht en elke keer moet Daniël deze weer beantwoorden. Dit duurt tot midden 1740. Hoe de schuld is afgelost is niet duidelijk.

Scherm­afbeelding 2025-07-04 om 08.40.15


Antwerpen

Waarschijnlijk ziet Daniël meer mogelijkheden in Antwerpen dan in Maastricht om zijn klavecimbels te verkopen. Antwerpen begint na een tijdperk van verval weer op te krabbelen en is de plek waar de familie Ruckers haar toonaangevende klavecimbels heeft gebouwd. Het is duidelijk dat Daniël de traditie van deze familie wil voortzetten.

De familie Dulcken voegt zich in 1740 in Antwerpen bij een kleine Gereformeerde Kerk,
de Olijfberg, waar Johannes Diepelius voorganger is. In die Rooms-Katholieke omgeving vormt de kerkgemeenschap ’een kerk onder het kruis’ en wordt gedoogd wanneer ze geen aanstoot geven. Dit betekent dat de kleine gemeente op zondagmorgen vaak bijeenkomt bij een van de leden thuis. In de kerk wordt Daniël in 1744 door ds. Diepelius tot ouderling benoemd en geeft daarmee leiding aan het kerkelijk gebeuren, maar tussen de dominee en Daniel botert het niet. Op 26 januari 1740 wordt hun dochter Maria Sofia geboren, op 10 september 1742 hun zoon Joannes.

Waarschijnlijk zijn ze hun schulden snel te bovengekomen. Er zijn aanwijzingen dat dit gebeurt met behulp van de Magistraat die de klavecimbelmaker met zijn unieke klavecimbels als een goede aanvulling ziet voor het bedrijfsleven in Antwerpen. Hij wordt in 1742 lid van het St.-Lucasgilde en krijgt het burgerschap van Antwerpen. Zijn vrouw Susanne verkoopt glaswerk voor een glasblazerij in Ykenvliet.
(Advertentie 5 Meert 1756 & 14 Meert 1758)
In 1743 verkoopt hij een klavecimbel aan de aartsbisschop van Cambrai in Frankrijk. Ze verhuizen op 21 jan.1746 naar Hopland. In dezelfde straat koopt hij later drie huizen. Johannes Daniël Dulcken is een gezien persoon in Antwerpen. Het atelier is gevestigd in Hopland, niet ver van de Jodestraat waar Ruckers eens werkte.

Scherm­afbeelding 2025-10-12 om 13.07.29
IMG_0565

Tijdens de jaarwisseling van 1749 vaart hij met twee klavecimbels naar Londen en verkoopt ze daar voor 50 sterling.

Verthoont reverentelijck Jan daniel Dulcken, ingesetenen deser stad hoe hij ten verleden jaer 1749 is afgevaren van Ostende naar Londen in Engeland bij zigh hebbende twee clavesimbels uit het maken van welcke hij sigh binnen dese Stadt is geneirende. Dat de vertoonder in geselschap met Walter Schot , woonende binnen deze Stadt van het voorseijt Ostende is afgevaren….. Dat de voorn. Walter Schot op 15 janry 1750 onder onden stick de voorl. twee stucken clavesingers van de verhoorder heeft gecoght voor de somme van vijfftigh pond sterlinghs. (A.S.A. PK 841, Rekwestboek 1750, folio 50 -55.)



Klavecimbels

Dulcken maakt
klavecimbels met enkele en dubbele manualen die vaak een bereik hebben van vijf octaven en drie registers: twee 8' en één 4'. Het klankblad decoreert hij met bloemen en zijn initialen kerft hij in de roos. Ongeveer tien klavecimbels van zijn hand zijn overgeleverd.

Daniel is regelmatig ziek. Op
26 augustus 1751 maken Daniël en een zieke Susanne in hun huis in het Hopland een testament. Hun dochter Johanna Henriette krijgt een diamanten kruis met twaalf stenen, Johannes Lodewijk krijgt hun trouwring. Alle roerende en onroerende goederen worden aan de langstlevende nagelaten. In 1752 ontvangt hij bericht dat zijn vader is overleden.

Op
23 mei 1756 trouwt hun oudste zoon Johannes Lodewijk in Amsterdam met Catharina Koning waar hij in een werkplaats bij het Kathuysers Kerkhof klavecimbels maakt en verkoopt.
Op 23 februari 1757 laat de zieke Daniël aan zijn
testament een bijlage toevoegen waarin wordt vastgelegd dat hij na zijn dood de gereedschappen en instrumenten die nodig zijn om klavecimbels en orgels te maken, niet aan de langstlevende, maar aan zijn zoon Joannes Dulcken nalaat. Joannes moet zijn jongste zuster Joanna Elisabeth (3 februari 1747) onderhouden. Twee weken later, op de tweede paasdag, 11 april, overlijdt Daniël, Joannes is dan 14 jaar oud. Daniel wordt begraven op de begraafplaats Putte


Weduwe Dulcken en haar zoon Joannes zetten het bedrijf voort, maar in Antwerpen lopen de zaken slecht. Suzanne verkoopt ook nog
glaswerk. In april 1763 besluiten ze naar Brussel te verhuizen. Daar verkopen ze nu al instrumenten, maar het vervoer ernaartoe is kostbaar en vergt veel tijd. Weduwe Dulcken vraagt de Magistraat van Brussel of ze in Brussel dezelfde rechten kunnen krijgen als in Antwerpen: het burgerschap en vrijstelling van een viertal belastingen. Ze krijgt een negatief antwoord. Brussel kent deze privileges niet en wil geen uitzondering maken voor iemand van buitenaf ook al zegt deze dat ze unieke instrumenten maakt. Tevens betwijfelen ze of de familie Dulcken wel de rechten heeft die ze zeggen te hebben. Susanne Dulcken heeft aangegeven dat de klavecimbels die ze maken de beste zijn die er in de Nederlanden gemaakt worden en dat ze bij de meeste concerten gebruikt worden. Ondanks deze negatieve reactie besluiten ze het huis en bedrijf in Hopland te verkopen en naar Brussel te verhuizen.
Ondertussen is de oudste dochter,
Joanna Henriëtta Dulcken getrouwd met Johann Hermann Faber, een bekende schilder.
In Brussel lopen de zaken niet zoals gewenst. Er wordt te weinig verkocht waardoor de winkel vol instrumenten blijft. Susanne Dulcken besluit om instrumenten te gaan verkopen in de steden rond Brussel en dient daarom een verzoek in om vrijgesteld te worden van plaatselijke belastingen, om ”haar niet in broodschaarste te laten”. Ze krijgt inderdaad de vrijstelling van de Staten van Brabant om in Antwerpen, Leuven en omringende plaatsen haar instrumenten te mogen verkopen.

Faillissement

Helaas levert de handel in Brabant ook te weinig op. Tussen 1765 en 1768 gaat het mis en uiteindelijk wordt besloten om het bedrijf op te doeken. Joannes vinden we in
1771 terug in Amsterdam en Susanna gaat naar Hasselt (Overijssel) waar haar oudste zoon Johannes Lodewijk een zaak heeft.
Susanne wordt in augustus 1769 lid van de Gereformeerde Kerk in Hasselt en gaat bij haar zoon in een statig herenhuis in de Nieuwstraat wonen. In 1776 wanneer haar zoon en gezin naar Antwerpen vertrekken blijft ze achter in een klein huurhuisje. Wanneer ze ondersteuning van de diaconie vraagt, wordt ze als
ongewenst vreemdeling de stad uitgezet en verhuist in 1778 (18 april) naar Epe. In 1784 vertrekt ze naar Heerde waar ze op 12 juni 1789 overlijdt.

De erfenis van Johannes Daniël Dulcken

Daniël Dulcken wordt omschreven als een geniale klavecimbelbouwer en wordt de meest gewaardeerde Vlaamse klavecimbelbouwer van de 18e eeuw genoemd. Hij zet de traditie van de familie Ruckers voort. Zijn unieke manier van klavecimbels bouwen wordt voortgezet door zijn zonen Johannes Lodewijk en Joannes. Maar ook zijn kleinzoon
Johannes Lodewijk, werkzaam aan het hof van Keurvorst Karl Theodor in München, zet de Dulckentraditie voort en wordt de grootste klavecimbelbouwer van zijn tijd wordt genoemd. Margarte Maddelung wijst in haar vergelijkende studie op de Vlaamse invloeden in het werk van Johannes Lodewijk:
“An zwei Stellen der Gehäusekonstruktion griff Dulcken auf Traditionen aus dem flämischen Cembalobau zurück, die er womöglich bei seinem Vater erlernt hatte. So folgt die Art der Resonanzbodenberippung und der Verbund der Wände mit dem Unterboden flämischen Bauprinzipien. Ein weiteres Merkmal flämischer Bautradition liegt im Verbund der Wände mit dem Unterboden. Hier gibt es verschiedene Vorgehensweisen, die in unterschiedlichen Ländern bevorzugt angewandt wurden. In Flandern und England fand der Aufbau der Innenkonstruktion an den Wänden statt, erst nach dem Einleimen des Resonanzbodens wurde der Boden von unten aufgeleimt”.
Zo reikt de invloed van Johannes Daniël Dulcken, via de instrumenten die Johannes Lodewijk in München maakt, niet alleen tot in de vorstelijke hoven in Duitsland, maar ook tot die in Frankrijk, Zwitserland, Italië en Rusland.


JD Dulcken Wien

Joannes Daniel Dulcken 1745 - Kunsthistorisches Museum Wien, Sammlung alter Musikinstrumente, 726




IMG_0607
Johannnes Daniel Dülcken 1755 - (MK&G) - The Museum für Kunst und Gewerbe Hamburg


In het deksel gelijmd olieverfschilderij van Frans Francken III, circa 1650.
Abraham, Sara en Isaak, Hagar en Ismaël, en rechts de ondergang van het Egyptische leger in de Rode Zee.



IMG_7075
MIM - Bruxelles

scherm00adafbeelding-2025-06-19-om-19.55.28
Carolus Bigeé Schilder van Sijne Conste



Scherm­afbeelding 2025-07-18 om 22.36.09

Dulken, J. Dan. ein Hesse, ließ sich zu Antwerpen nieder und machte schöne Flügel. Tagebuch seiner Musikalischen Reisen Durch Böhmen, Sachsen ..., 1773, p. 12



DULKEN_HOREMANS
Snijders & Rockoxhuis

VIDEO
gesigneerd en gedateerd linksonder: J Horemans 1764 op de vloer

Susanne Maria Knöpffel Sankt Goar 11 september 1706- Heerde 12 juni 1789)

Conrad Knöpfel, geboren in Wolfershausen in 1662, ingeschreven aan de universiteit van Marburg in 1680, werd provisiecommissaris in het Hessische fort Rheinfels bij St. Goar.
Conrad Knöpfel trouwde Regina Magdalena Dirx op 29. April 1695. Johann Konrad Knöpfel stierf voor 1721.

1.
Doop van Susanna Maria Knöpffel, dochter van Johann Conrad Knöpffel, Proviant-Commissair en Stift-Kellner in St. Goar, op 11 september 1706
2.
Huwelijk van de koopman en handelaar Johann Daniel Dülcken, zoon van de predikant Dülcken zu Wingeshausen in het graafschap Berleburg, met Susanna Maria Knüpfelin, dochter van de overleden Proviant-Commissair en Stift-Kellner Johann Conrad Knüpfel, op 17 december 1733


Joanna Henrietta Dulcken 10-02-1737 & Jean Herman Faber 1734
Maria Sophia Dulcken 26-01-1740 - †17 Januari 1805
Joannes Dulcken (Antwerpen 10 september 1742 – † 22 juli 1775)
Joanna Eliezabetha 2-2-1747