Johannes Lodewijk Dulcken ( 1735 - ± 1795)
Henk Poelarends en Hans Meijer
Inleiding
Men noemde hem opvliegend en een ruziezoeker, maar nu voor het eerst uitgebreid archiefonderzoek is verricht kantelt dat beeld volledig. Johannes Lodewijk Dulcken blijkt een sterke persoonlijkheid te zijn, een belangrijke schakel tussen de geniale klavecimbelbouwer Johan Daniel Dulcken (vader) en de even geniale de pianofortebouwer Johannes Lodewijk Dulcken (zoon) waarbij zijn Hasselter periode (1761-1776) van grote betekenis is geweest voor de verdere ontwikkeling van de klavecimbel naar de pianoforte.
Maastricht

Maastricht, the Netherlands. View of the Markt (market square) and town hall. Drawing attributed to Jan de Beijer, ca 1740, in the collection of the Museum Boymans Van Beuningen, Rotterdam.
Johannes Lodewijk Dulcken wordt op 15 april 1735 in de St.Janskerk te Maastricht gedoopt als oudste zoon in het gezin van Johannes Daniël Dulcken en Susanna Maria Knopffell. Zijn vader is klavecimbelbouwer en zijn moeder runt een grutterij .
Het jonge gezin zit in geldzorgen en kan de aangegane leningen en schulden niet meer betalen. Rond de jaarwisseling van 1737/38 verlaten zijn ouders hun huis aan de Munt, “Het Gulde Cruijs”, en vertrekken naar Antwerpen waar zijn vader een atelier in Hopland vestigt. Louis is dan drie jaar.

Als kind gaat hij naar de Gereformeerd-stedelijke Latijnse school in Breda.
Johannes Lodewijk (roepnaam Louis) en ook zijn zeven jaar jongere broer Joannes krijgen daarna in Antwerpen van hun vader een gedegen opleiding. Ze leren niet alleen hoe ze in de traditie van de Ruckers klavecimbels moeten bouwen, maar vader Dulcken ontwikkelt klavecimbels met een geheel eigen klankkleur en met een nog betere constructie.
In 1755 vertrekt Louis, negentien jaar oud, om zijn eigen weg te gaan. Een van zijn eerste opdrachten is de restauratie van een orgel in het Brabantse plaatsje De Leur. Hij moet daar het orgel restaureren en schoonmaken. Na beëindiging van zijn werk in De Leur vertrekt hij naar Amsterdam waar hij in maart 1755 wordt ingeschreven als lid in de Gereformeerde Kerk te Amsterdam.

Net als hij besluit om uit Amsterdam te vertrekken en zich in Kleef te vestigen ontmoet hij Catharina Koning. Catrina Kooningh wordt geboren op 23 januari 1732 in Amsterdam en is een dochter van Ferdinand Kooningh, geboren in Osnabrugge, en Alida Buijs. Louis besluit in Amsterdam te blijven om daar een bedrijf te vestigen. Het jonge paar trouwt op 7 mei 1756. Louis’ vader moet daar toestemming voor verlenen omdat hij nog minderjarig is.
Louis Dulcken bouwt in Amsterdam een goed lopend bedrijf op. Het gezin woont ten zuiden van het Cathuysers Kerkhof, bij het Weduwe Hofje, en van daaruit verkoopt Dulcken zijn instrumenten. Zijn eerste advertentie verschijnt in de Amsterdamse Courant van 18 mei 1756. Hij presenteert zich als Mr. Louis Dulcken, orgelmaker, en hij biedt een Staart-Clavecimbel met lang klavier aan, een authentieke Hans Ruckers. Drie maanden later presenteert hij zich als Mr. Orgel- en Clavecimbelmaker.
Uit deze advertenties blijkt dat hij zich ook toelegt op het bouwen van kleine en grote orgels en dat hij ook honderd jaar oude Ruckers verkoopt. Dinsdag 7 sept. 1756 biedt hij een Stert Clavecimbael aan van Mr. Daniël Dulcken in Antwerpen met een Clavier en 3 Registers. Om tot een grotere productie te komen neemt hij een of meerdere knechten in dienst. Hij volgt de door zijn vader ontwikkelde traditie bij de bouw van zijn klavecimbels en daar zitten ook kenmerken van de beroemde Ruckers bij. Bij de bouw van zijn orgels zorgt hij telkens voor verbeteringen en verfraaiingen. Wanneer zijn vader op 11 april 1757 overlijdt, steunt hij zijn moeder in Antwerpen.
Op 5 mei 1757 biedt hij uit de hand te koop aan een ‘superbe (excellent) Koninglyk Cabinet Orgel, welker gelijke hier nooit gezien is, een Capitale Cabinet Orgel 8 voet present, 4 voet Octaaff, 7 en 1 half register’. Waarschijnlijk is dit orgel verkocht aan koopman Jacob de Clerq (1710-1777), Keizersgracht 187, waar het is gebruikt als huisorgel. Het wordt in 1818 verkocht aan de Hervormde Gemeente te Jutphaas waar het tot 1972 als Dulcken-orgel dienst blijft doen.
Louis blijft vernieuwen. Zo adverteert hij in april 1759 met ‘een magnificq nieuwerwets Cabinet-Orgel, zynde zeer comodieus gemaakt met uithaalend Clavier en voorzien van de voornaamste Registers &c’. Dulcken houdt zich ook bezig met het maken van heel kleine orgels, bureau-orgels genoemd. Men vermoedt dat hij een van de eerste orgelbouwers in Amsterdam is die deze kunst verstaat en daarmee de aandacht trekt.

Hasselt
In de winter van 1762 vertrekt Louis met zijn vrouw, drie kleine kinderen en steekt de Zuiderzee over en vestigt zich in Hasselt (Overijssel).
Het gezin Dulcken gaat in Hasselt in een statig herenhuis wonen op de hoek van de Nieuwstraat en de Regenboogsteeg. Hij huurt het pand van Hendrik van Hecht, een Amsterdamse koopman. (Het pand is in 1863 door Cornelis Springer op een schilderij vastgelegd) Later koopt hij een werkplaats aan de Hofstraat. In Hasselt wordt Louis aangesproken als Mr. Dulcken.
Het jonge gezin neemt drie kleine kinderen mee naar Hasselt: Susanna Maria, net vijf jaar oud, Alida, vier jaar en Johan Lodewijk jr. van enkele maanden.
Een jaar later wordt Johan Daniël Dulcken geboren en op zondag 13 mei 1763 in de honderd meter verderop gelegen Gereformeerde Kerk gedoopt. Het jongetje, vernoemd naar zijn beroemde grootvader, overlijdt een paar maanden later. Op 22 juli 1764 wordt Johan Daniël gedoopt en op 16 maart 1766 Johannes Ferdinandus.
De door hem en zijn knechten gemaakte klavecimbels verkoopt hij door heel de Noordelijke Nederlanden, van Middelburg tot Groningen. In 1766 gaat hij met zijn instrumenten naar Leeuwarden. Daar wordt hij op 5 april 1766 aangekondigd als Mr. Orgel- en Clavecimbelmaker uit Hasselt en biedt een door hem zelf gemaakt magnifiek Staart-Clavecimbel met drie registers te koop aan. Dulcken, zo schrijft de krant, heeft al veel meer dan honderd van deze instrumenten in de Nederlanden verkocht en ze worden gebruikt bij de meeste en voornaamste concerten. Het klavecimbel is bijzonder sterk en aangenaam van toon. In 1767 repareert hij een orgel in Wolvega.
Problemen
Louis steekt zich in de schulden. Hij leent geld, kan leveranties niet betalen en de knechten vragen om achterstallig loon. Hij krijgt ruzie met de buren, met een logementhouder en met de magistraat. Hij krijgt te maken met kwaadaardige laster. Hij roept de hulp in van Willem V met behulp van demonstrerende schippers.. Zijn klavecimbels worden in beslag genomen en hij wordt zelfs gevangen gezet. In het Oude Hasselt’s archief is een groot aantal stukken te vinden van processen die anderen tegen hem voeren en die Louis tegen anderen voert. In de processen wordt hij bijgestaan door Verwalter Hoogschout A.U. Grevensteijn. Ondertussen blijft hij klavecimbels maken en verkopen.
Op 13 januari 1768 wordt er een zoon geboren die ze Ferdinandus noemen. Helaas overlijdt hij ook een maand later. In december 1768 wordt Johannes geboren en op de tweede kerstdag in de Gereformeerde Kerk gedoopt.
In het voorjaar van 1769 komt Susanna Maria Dulcken, de moeder van Louis bij haar zoon in Hasselt wonen. Ze is weduwe van Johan Daniël Dulcken. Op 7 augustus wordt ze ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk. Louis vraag het burgerschap van Hasselt aan, wat op 18 oktober 1770 door de Magistraat wordt afgewezen. In augustus 1772 wordt Catharina geboren en op 19 augustus in de Gereformeerde Kerk gedoopt.
In de loop van 1771 / 1772 stapelen de problemen voor Louis zich op, maar bij een groot gedeelte van de inwoners staat hij goed bekend. Om invloed binnen de magistraat te verkrijgen schrijft hij, voorafgaande aan de burgemeestersverkiezing van 1772, een request aan prins Willem V. In het request staat dat hij vanwege zijn prestaties en goed gedrag verdient om burgemeester te worden. Het document wordt ondertekend door leden van de invloedrijke schippersgilde en andere vooraanstaande burgers . De Magistraat reageert daar woedend op en na verhoor wordt hij op 7 jan 1772 voor twee weken ‘onder de trap’ gevangen gezet. Het request wordt afgewezen . Hij vraagt bij het kerkbestuur het lidmaatschap van de Gereformeerde Kerk aan, maar ook dat wordt afgewezen . De processen tegen hem en door hem slepen zich voort ook al omdat Louis steeds vaker en langer buiten de stad is . Hij richt zich meer en meer op de Zuidelijke Nederlanden.

Terug naar Antwerpen
Op 18 augustus 1772 vraag hij bij de Magistraat een verklaring van goed gedrag aan, waarna hij zich in het najaar van 1772 in Antwerpen vestigt . Zijn oudste zoon Johannes Lodewijk (Louis jr.) gaat met hem mee. Zijn vrouw, moeder en andere kinderen blijven in Hasselt. De werkplaats in Hasselt ligt stil en zijn drie knechten Johan Gerlach Lauch (al 10 jaar in dienst), Johann Lodewijk Reusch (al 6 jaar in dienst) en Johann Jacob Schnell (al zes jaar in opleiding) leggen op 16 april beslag op enkele klavecimbels vanwege achterstallig loon. Ondanks dit achterstallig loon gaan Reusch en Schnell mee naar Antwerpen en blijven daar voor hun meester werken. Op 10 september 1773 prijst hij zich in de Gazette aan als: “Jean Louis Dulcken, (oudste zoon van den overledene Daniël Dulcken), meester orgel- en klavecimbelmaker, tegenwoordig te Antwerpen, met intentie om aldaer mettertijd daar te komen woonen,” .
Dulcken heeft in Hasselt geëxperimenteerd met de bouw van de pianoforte en legt zich vanaf 1774 in Antwerpen daarop toe. In de Gazette van 6 juli 1775 vermeldt hij: ”dat by alhier heeft doen brengen twee Clavecin-Bellen, te weten een Steirt-Stuk en een Forte piano van zyn werk, zynde eene nieuwe Uytvindinge, dewyl men ongemerkt en zonder in commoditeyt den thoon van de zelve kan diminueëren en casseeren,” Daarmee is hij een van de mede-uitvinders van de pianoforte en zet hij een belangrijke stap in de verdere ontwikkeling naar de piano.
In Antwerpen dient hij 1 maart 1774 bij het stadsbestuur een verzoek in om in het bezit gesteld te worden van dezelfde rechten als zijn vader had, namelijk het zonder kosten kunnen exporteren van zijn klavecimbels. Het stadsbestuur wijst dat om verschillende redenen af. Hij wordt lid van de Gereformeerde Kerk, de Olijfberg, waar zijn vader ooit ouderling was. Hierdoor ontstaat er ruzie tussen hem en ds. Diepelius. Om Louis Dulcken zwart te kunnen maken vraagt de predikant, in het nauw gedreven door beschuldigingen aan zijn adres, aan de Magistraat van Hasselt naar Louis’ gedrag in die stad.
Op 7 mei 1776 vindt er in het Raadhuis van Hasselt een belangrijke vergadering van Schepenen en Raden plaats. Op deze vergadering vindt de ’eindafrekening” plaats van twee belangrijke processen waar Dulcken in verwikkeld was. Dulcken wordt in beide processen in het gelijk gesteld. Hiermee neemt de familie definitief afscheid van Hasselt. Hun huis en werkplaats wordt op een veiling verkocht. Op 3 november 1776 zijn Dulcken en zijn vrouw in Amsterdam waar ze een kopie van hun huwelijksakte in de kerk in Sloterdijk ophalen. Een bewijsstuk om als gezin een nieuw leven te kunnen beginnen in Antwerpen. Op 13 maart 1777 is hij in Gent waar hij een klavecimbel verkoopt die zijn vader in 1740 in Antwerpen heeft gemaakt.
Vader Louis is een goede leermeester voor zijn oudste zoon. Waarschijnlijk waren de Dulckens, vader en zoon in Antwerpen zeer succesvol. Zelfs zo succesvol dat dit wordt opgemerkt door Karl Theodor von der Pfalz, de keurvorst van Beieren. Hij vraagt Johannes Lodewijk jr. om in 1779 mee te gaan naar München waar hij assistent van Johann Peter Milchmeyer wordt. Hij is dan pas 18 jaar. Zo jong en dan al erkend als geniale klavecimbelbouwer. Twee jaar later wordt hij ‘Stadsklavierbouwer’.

Louis en Catharina blijven niet in Antwerpen wonen. Waarschijnlijk vestigt hij zich eind 1777 in Parijs. Johann Jacob Schnell gaat mee naar Parijs en ontwikkelt zich tot een spraakmakend instrumentenbouwer. Louis wordt op 17 febr.1780 ingeschreven als lid van de Corporation of Tabletiers, en woont in 1783 in de Rue Vieille du Temple en vanaf 1788 in de Rue Mauconseil, Hij houdt zich bezig met het maken en verkopen van clavecimbels. Zijn laatste levensteken betreft de registratie in 1791 op het adres Quai de Gesver. Waarschijnlijk is hij in Parijs overleden en begraven. Het idee dat hij naar München is verhuisd, is onjuist en komt voort uit persoonsverwisseling met zijn zoon die daar al sinds 1779 woont en werkt.
VIDEO DEEL I - Bach Goldberg Var. 30. a 1 Clav. (Cees-Willem van Vliet - Bätz orgel Amersfoort)
ONDERTROUW TE AMSTERDAM
Johan Lodewijk Dulcken (Louis Sr) van Mastrigt gaat op 7 may 1756 in ondertrouw te Amsterdam met Catrina Koning. Syn vader Daniel Dulken, te Antwerpen heeft consent goet ingebragt. Acte verleent den 23 May 1756 om te Sloterdijk te trouwen.
CATTHUYSERS STRAAT - WEDUWEHOFJE AMSTERDAM
Amsterdamsche courant: LOUIS DULCKEN, Mr. Orgel- en Clavecimbaal-maaker, woonende bezyden het Catthuysers kerkhof t’Amsterdam, presenteerd uit de hand te koop een magnificq Clavecimbaal, zynde een Staartstuk; het geen alle dagen (uitgenomen Sondags) te zien is, ‘s morgens van 9 tot 1, en ’s namiddags van 3 tot 8 uuren. NB. Alhoewel ‘er gezegt word dat zyn welbekend Koninglyk Cabinet-Orgel zoude verkogt weezen, zo adverteerd men mits dezen, dat het zelve nog te koop is.
De huizen naast het Weduwehofje Kathuysers Straat staan er nog steeds. De “vier seizoenen” gebouwd in 1731.


VIDEO DEEL II HASSELT - (1762-1776)
HUIS VAN DULCKEN AAN DE NIEUWSTRAAT TE HASSELT
Catharina Koning speelt de sonate opus 2 - deel I, gecomponeerd door Francesca Lebrun in de witten kamer. (Paula Bär-Giese sopraan, kleding Lydia Vroegindeweij)


HET OUDE RAADHUIS (REGTHUYS) TE HASSELT OVERIJSSEL

THEMA HAAT OFTE, WEDERWRAAK (Conflict ds DIEPELIUS)
VIDEO REGHTHUYS HASSELT
In dit gedeelte van de video is het decor de rechtszaal van het Oude Raadhuis voor de Aria Oh mia cor uit ALCINA van Händel.
Alcina - Paula Bär-Giese - sopraan Cees-Willem van Vliet - clavecimbel Magistraat - Henk Poelarends

Het leven van Nicolaes van Galen van HASSELT (Overijssel)
VIDEO DEEL III
NICOLAES VAN GALEN - JOHANNES VERMEER VAN HASSELT - INFO NICOLAES VAN GALEN
Hans Meijer - luit
IN ALLE PROCESSEN HEEFT LOUIS DULCKEN DUS MET VASTE REGELMAAT ONDER DIT SCHILDERIJ GESTAAN

De Rechtspleging van Willem de Goede (190 x 213 cm) Gesigneerd door N v Galen en gedateerd 1657 vanaf 1657 tot heden OUDE RAADHUIS HASSELT
Het doek is gesigneerd door de in Hasselt wonende N. van Galen. Zoon van Juriaen van Galen en de 'adellijke' Rijkien van Ittersum. Zij was de dochter van de licentmeester en later Hasselter burgemeester Hendrik van Ittersum en Carsien Claesen. In 1605 was zij met Jurrien getrouwd. Nicolaes van Galen zelf huwde in 1649 met de in Amersfoort geboren Johanna Ferreris. De in 1639 geboren zoon van haar oudere broer mr. Bernard Ferreris, Dirck, was eveneens schilder. Van Galen, die inmiddels 2 kinderen had gekregen, Rijckjen (1650)en Theodoor (1652), verbleef in 1652 in Kampen waar hij contact had met de Amsterdamse kunsthandelaar Jacob Ritsma. In genoemd jaar eiste de schilder Claes van Galen in een brief van deze Ritsma de afdracht van het bedrag dat hij ontvangen had voor twee aan hem ter hand gestelde schilderijen. Nicolaes van Galen voegde aan het schilderij F. [ fecit (= maakte)] toe.
Het leven van Nicolaes van Galen van HASSELT (Overijssel)

Foundation Musick's Monument